Panama 2012

Vanaf 15 juli tot en met 24 juli in Panama

Panama kanaal, Panama city

'

Panama stond niet echt op mijn lijstje van 'landen te zien' in zuid Amerika. Nu is het theoretisch natuurlijk ook een midden,-of centraal Amerikaans land maar ik vond de symboliek wel mooi: om op de Vuurkaap bij Ushuaia geweest te zijn, het onderste gedeelte van het zuidelijke continent en dan af te sluiten bij de plek waar het continent doormidden is gegraven; het Panama kanaal. Ook hier heeft mijn verbeelding inmiddels boekdelen geschreven want als ik aan Panama denk, denk ik aan handel tussen Europeanen, Amerikanen en allerlei mensen met diverse kleuren. Ik denk aan een hard bestaan in een tropisch klimaat en denk aan zeilboten met witte zeilen, aan Panama hoeden met zwarte linten en aan grote bulk carriers en olie tankers die maar net door het kanaal van noord naar zuid varen. Ja, want het kanaal is van boven naar beneden gegraven en niet zoals de meeste mensen denken van oost naar west of overdwars. Tropisch Panama dus..


 Panama city, 15 juli

En dat het tropisch is, merk ik al snel genoeg. Het vliegtuig vliegt langs een enorm hoge onweer,- en regenwolk. Wolkenkrabbers staan langs de kustlijn en een deel ervan staat al in de grijze waas van de neerslag. Aangekomen op het vliegveld probeer ik uiteraard weer de goedkoopste weg te vinden naar mijn onderkomen.

Met een 'collectivo' taxi busje neem ik samen met een Colombiaanse Panamese en een Amerikaanse die net net in het noorden van het land een huis heeft gekocht. We rijden over de brede landen asfalt. Panama city is een moderne stad met perfecte infrastructuur, hoge moderne gebouwen, goed onderhouden wijken en vooral veel noord Amerikaanse bussen, trucks en auto's. Ik kan binnen een half uur al de conclusie trekken dat 'midden' Amerika niet alleen geografisch tussen het noorden en het zuiden ligt maar ook qua cultuur. De mensen zijn een mix van Spanjaarden, negroïde mensen en originele bewoners. Ik kom alle namen tegen van banken en telefoon maatschappijen die ik de afgelopen maanden in zuid Amerika heb gezien. Alle gele afgedankte schoolbussen uit de VS, inclusief de originele 'county' waar ze dienst hebben gedaan, nog gestickerd op de lak, rijden door de straten. Grote GMC vrachtwagens en gele taxi's met zwart witte blokjes kleuren de straten. Dat de stad ook veel armoede kent, laat zich al snel zien als we langs lage betonnen blokvormige wijken rijden. Niets geen moderne architectuur hier met glinsterende ramen.

De stad is opgericht in 1519 door de Spaanse inquisitie onder leiding van Pedro Dávila. Het is de oudste Europese nederzetting aan de stille oceaan. Naast dat de stad de basis was om het Inka rijk te overmeesteren, is het vanaf het begin af aan een belangrijk handel centrum geweest. Een grote brand heeft in 1673 de gehele stad in de as gelegd. Twee jaar later zou deze  opnieuw uit haar as herrijzen, echter 8 km verderop gelokaliseerd dan het originele centrum. De oude stadsruïnes zijn in Panama Viejo nog steeds te bezichtigen. Het andere oude gedeelte, het koloniale gedeelte is sinds 1997 een Unesco Heritage site.

Het banken district, waar ik me laat afzetten bevind zich Casa Vento Surf. Een jaren 70 villa wat ruim is opgezet en, niet geheel onbelangrijk in deze temperaturen, een zwembad in de tuin heeft. Ik word warm welkom geheten door de eigenaar en vind een huiskamer met rond slingerende mensen van mijn eigen leeftijd. In het het kader van de budget besparing, heb ik een kamer in de gang.. Geen dorm dit keer, die ik moet delen met nog zeven andere mensen maar een hoekje in de gang op de eerste etage wat is afgezet met een kamerscherm. Ik ben gewend aan licht en geluid als ik al in mijn bed lig en feestvierende kamergenoten komen in het midden van de nacht binnengezeild met hun dronken harsens. Prioriteit bij het slapen in de nacht is na heel wat omzwervingen gereduceerd tot 'veilig en droog' en daar voldoet het helemaal aan.

In de grote woonkamer met achterpui die helemaal open kan en uitzicht geeft over de tuin, zwembad en ieniminie kleine groene kolibries, maak ik het mezelf comfortabel op een bank. Uit de boekenkast pik ik vlug het enige exemplaar Lonely Planet van centraal Amerika. Hebben die kip. Ik ga me maar eens inlezen over Panama want zover ben ik nog niet gekomen. Na enige tijd komt een Zwitserse dame, genaamd Rachel naast me zitten en de conversatie gaat al snel over reizen en veiligheid. Zij heeft Afrika al op haar lijstje kunnen afstrepen en ik luister gefacineerd naar deze vrouw zonder vrees. Het gesprek gaat uren door totdat ze word opgehaald door een vriendin. Ik hou me verder bezig met mijn aardrijkskunde en geschiedenis les over Panama en leer al snel hoe ik mijn tijd hier ga voldoen.

Panama kanaal | Panama city, 16 juli

De nacht op de gang slapen, is me prima bevallen. Om verder te ontwaken, staat er een grote kom pannekoekenbeslag klaar, waar iedere gast zijn eigen ontbijt mee mag bakken. Met een koffie en een stadsplattegrond aan de ontbijttafel ga ik mijn fotografische geheugen trainen. Rachel komt al snel bij me zitten en verteld dat ze zo onder de indruk was van de sluizen in het Panama kanaal dat ze nog een keer wil zien. Ik zeg op mijn beurt, dat als ze gaat, ik wel met haar mee ga. Één van de grootste reden dat ik hier ben natuurlijk, om het kanaal en de sluizen te zien.

Na een uur heeft ze nog zes andere opgetrommeld die mee willen. Zo vinden we ons even later langs de boulevard aan de Pacific kant van het land, taxi's te vlaggen. Rachel vertrekt met twee Australische gasten en een Amerikaan met de eerste taxi. Een Amerikaan die van origine Mexicaans is, is bezig met de onderhandeling over onze prijs. De taxichauffeur zegt 15 dollar. De Mexicaan doet zijn best maar komt niet lager dan 12. Ik zeg tegen hem dat de andere 10 dollar betalen en dat wij niet meer gaan betalen dan dat. Ik neem de positie bij het passagiers portier over en ga verder met de onderhandeling. 12 dollar zegt de taxichauffeur. Ik krijg hem niet op de 10 dollar en zeg tegen de jongens dat we een andere taxi moeten zoeken en sla het portier dicht. Na drie seconden gaat het portier open: 10 dollar. 'Zo', zeggen de jongens. 'Zo moet je dus onderhandelen, gewoon het portier dicht doen en voor een volgende gaan. Komen ze vanzelf terug.' Het ijs is gebroken want verder dan een 'officiële' voorstelronde zijn we niet gekomen.

We komen aan bij het toeristencentrum van de Miraflores sluizen in het kanaal. Er zijn in totaal drie sluizen. Één bij de Caribische zee, één in het midden en deze Miraflores sluizen dus aan de Stille oceaan of Pacific, hoe je het wil noemen. Aangezien de volgende kapitein die 100.000 dollar voor de doorgang moet betalen nog een aantal kilometer verderop is, gaan we richting het museum en bekijken we de 15 minuten durende film over hoe het kanaal is gegraven. De wachttijd op de eerste boot is helaas van 1 uur naar 3 gegaan maar we hebben onze lunch op een terras met de sluizen in het verschiet. We zijn het er over eens dat we liever bij het wereld beroemde kanaal zitten (voor de regen te schuilen) dan onze tijd de verdoen bij het zwembad. Uiteindelijk is het dan zover. De sluizen vullen zich met water, (iedereen onder de indruk, ik helaas wat minder want ik blijk dit elke zomer op Hollandse bodem tig keer te zien) en de boten komen in beweging. Twee enorme olietankers varen de aparte sluizen in en worden via de voorboeg met stalen kabels gekoppeld aan kleine locomotiefjes. Deze staan op een rails die via 3 synchrone heuvels de voertuigen naar beneden leiden. Ze trekken zo de enorme vaartuigen door het kanaal. Door de traagheid, heeft het schip minder diepgang en bijna geen golfbeweging. (Hoe meer snelheid hoe dieper het schip zich in het water ploegt) Een grote Hanjin container boot volgt het goede voorbeeld. Eerlijk is eerlijk, er is niet veel ruimte tussen de enorme zeeschepen en de wand en daardoor best indrukwekkend. Vandaar dat ze met een breder Panama kanaal bezig zijn. Op maat voor de zeereuzen.

Het is tijd om terug te keren en we moeten weer op jacht naar taxi's. Aangezien het een drukte van belang bij de uitkijktribune was en we niet de eerste waren die vertrokken, is het aanbod taxi's summier. De eerste taxi gaat naar Rachel met een Chileen en de twee Australiërs. Van één van de ozzie jongens is een aantal dagen alles gestolen. Hij moet op tijd bij zijn afspraak zijn om geld op te halen. De Mexicaan-Amerikaan, de twee broers uit Pennsylvania en Alaska en ik moeten naar de verderop gelegen doorgaande weg lopen. Er is bij het centrum geen taxi meer te bekennen en degene die er zijn, vragen meer dan 10 en dat doen we natuurlijk niet. Bij de doorgaande weg die vooral bevolkt word door grote trucks, bussen en volle taxi's staat een andere quartet te wachten. Ze doen niet echt moeite voor een taxi. We staan ook bij een bushalte dus misschien gaan ze voor die optie. Als er al menig taxi is voorbij gereden maar niemand is gestopt, omdat het vrij druk is en de remwegen minimaal is, is het tijd voor andere maatregelen. Ik zet mijn zonnebril op, gooi mijn haar los, haal de Labello zacht rosé lippenbalsem tevoorschijn en ga op een goed zichtbare plek staan. De mannen hier, ben ik al achter gekomen, hebben een enorme zwak voor blonde dames. Aangezien ik de beroerdste niet ben, wil ik ze best wat van mijn blonde lokken laten zien. Nog geen minuut later heb ik mijn eerste de beste slachtoffer te pakken. Sukkel. Ik schuif subtiel mijn zonnebril van mijn neus, (want wil perse voor die 10 dollar gaan natuurlijk) en onderhandel over de prijs. Met een vrouwelijke draai van 180 graden draai ik me met een grote glimlach om en wenk de jongens dat ze mogen instappen. Ze zijn behoorlijk onder de indruk en zien meteen de voordelen om met een Europese blonde vrouw te reizen.

De Mexicaan zit naast de chauffeur en heeft een leuke converstatie. De twee Amerikaanse broers willen morgen naar Boca del Toro. 'Boca' zoals de lokalen het noemen, is een eilandengroep in het noorden van Panama, net onder de grens van Costa Rica in de Caribische golf. Dat had ik ook al in de planning zitten, dus we besluiten om samen te gaan. 'Moeten we dan misschien al naar het busstation om wat te regelen?' We zijn het er nog niet helemaal over eens, als de chauffeur vraagt of hij naar het busstation moet rijden. Al naderend proberen we te beslissen wat we willen. Er is namelijk nog een meisje in het hostel en die wil ook mee. Als we op het busstation zijn aangekomen, besluiten we dat de chauffeur maar door moet rijden. We regelen het morgen wel. De chauffeur is al aan het inparkeren. 'Rij maar door,' zeggen we. De chauffeur zet zijn auto verder in zijn achteruit en rijd vol op een achterstaande geparkeerde taxi. Oeps. Hij bukt zich over het stuur van onbehulpzaamheid. Ik kijk achterom en zie niemand in de auto zitten. 'Est no persona in el taxi, siga siga, siga!!' zeg ik. (Er zit niemand in die taxi, go, go go!!) Maar netjes als hij is, stapt hij toch uit om naar de schade te kijken. Twee andere taxichauffeurs staan vlakbij en zagen het gebeuren. Schijnbaar is er niets te zien want onze taxichauffeur stapt weer in, groet de andere mannen en we rijden verder. Ons algehele vertrouwen in de chauffeur is met zeker vijf punten (op de schaal van 10) gedaald.

Als we niet veel verder nog een snelle uitwijk manouvre zien, kijken we elkaar allemaal een beetje hopeloos aan. We komen dichterbij het bankendistrict waar ons hostel ligt. We rijden door wat vage buurten waar veel troep op straat ligt en sommige mensen kansloos op straat zitten. Het is inmiddels in de spits en er is veel verkeer. Als we bij een stoplicht willen voorsorteren is het bijna weer raak.

Daarvan bijkomend zie ik aan de rechterkant een witte jeep steeds dichterbij de auto komen. Het tussenliggende gebied gaat van 30 centimeter naar 20 centimeter naar 10 en dan krijgt de spiegel een klap. Weer een aanrijding! Nee!! We rijden niet hard dus het is meer een schamp dan dat de auto's frontaal tegen elkaar aan botsen. De bestuurder van de jeep zet de auto voor de taxi stil. Het is een 2-baansweg in de stad maar de auto stopt gewoon waar die stopt. Hij wordt niet aan de kant gezet. Een dame met perfect gestyled haar (jak), prima gemanicuurde nagels (jak) stapt de auto uit met 2 telefoons in haar handen. (Is toch verschrikkelijk zo'n persoon?) Die auto heeft ze vast van pappie gekregen (heb zowiezo een nare bijsmaak van witte jeeps) want ze is zonder tranen behoorlijk ontdaan over de schade die ze zelf heeft gereden aan haar jeep. Ze neemt niet de moeite om ook maar één stap dichter bij de taxi te zetten, om te kijken wat voor schade ze daar heeft aangericht. De taxichauffeur is inmiddels uitgestapt. Ach arme man, heeft absoluut zijn dag niet vandaag. Door het absurde parkeergedrag van rijkesluisputa, kan niemand meer langs ons heen en moet al het verkeer over verkeersbollen rijden om hun weg te kunnen vervolgen. Een enkeling neemt het risico om zijn velgen kapot te rijden en via de stoep te gaan. We snappen de hele situatie niet. Met wie is ze aan het bellen? Komt er politie voor een paar schrammen en strepen op de auto? Komt papsie lief zijn dochter ophalen omdat de dertig jarige dochter van schrik niet meer kan rijden? We weten het niet. We laten wel aan de taxichauffeur weten dat we voor hem willen getuigen. Het was niet zijn schuld. Deze keer althans niet. Na drie kwartier zijn we inmiddels zo ver om verder te gaan. De Mexicaan heeft inmiddels wat foto's van de gedane schade genomen. Mocht de taxichauffeur ons nodig hebben, dan kunnen we hem misschien hier mee helpen. Er is geen politie, verzekeraars agent of pappie aan te pas gekomen maar schijnbaar kan er niet veel worden gedaan op het moment. Jô?!

Bij aankomst in het hostel zijn de andere natuurlijk allang aangekomen. In de avond komt de groep na het eten weer bij elkaar om te kletsen. Er blijkt ook een andere Hollander genaamd Lev uit Den Haag in het hostel te verblijven. We moeten morgen om zes uur vertrekken willen we de bus van zeven uur halen. Althans, als we internet mogen geloven. Ik zeg Rachel gedag. Die heeft vier dagen San Blas eilanden en daarna Cartagena, Colombia met een hele mooie jonge Zweedse kapitein in het verschiet. En vertrekt morgen. Het Noorse meisje wat ook mee wilde, wordt op de hoogste gesteld over ons vertrek van morgen. 

Panama city - Boca del Toro, 17 juli

Om 6 uur vertrekken we uit het hostel en houden een taxi aan om ons naar het busstation te brengen. Daar aangekomen blijkt er in de ochtend helemaal geen directe bus richting Boca te gaan. Die informatie had internet wel maar daarmee kan je nog steeds niet van A naar B. Angelo, de oudste van de twee broers, suggereert dat we wel naar de stad David kunnen gaan. Vanuit die stad kunnen we waarschijnlijk naar het noordoosten. We vinden het allemaal een prima plan en vinden ons al snel in een luxe bus, die ons daar kan brengen. Helemaal voorin op de bovenste etage hebben we na een half uur al het uitzicht over het Panama kanaal als we een brug overrijden. Nog geen anderhalf uur later zien we waarschijnlijk een dodelijk ongeval als een auto onderste boven in een afwateringskanaal tussen de rijbanen ligt.

In David neem ik het voortouw om op zoek te gaan naar een bus die ons naar Almirante brengt. Bij deze stad moet er als het goed is met een ferry over kunnen worden gegaan naar het hoofdeiland van Boca del Toro. We lopen een rondje en al snel horen we een knaapje 'Boca, Boca' roepen. Ik steek vier vingers in de lucht om te laten zien dat we idem zoveel plekken nodig hebben. We nemen plaats op de krappe achterbank van het busje. Onze bagage word ergens onder de banken gefrommeld en we hopen er maar het beste van. De ene regenbui naar de andere krijgen we over ons heen maar dat zorgt er ook voor dat buiten alles super groen is.

Na twee uur rijden heb ik inmiddels al een half uur geslapen en daarna anderhalf uur naar buiten gestaard. De regen werpt zijn vruchten af want we rijden door een jungle. Panama is helemaal mijn land. Veel groen, hoge bergen, zilver varens, watervallen, kabelende beekjes en weien vol met paardjes en koetjes. Na een korte stop gaan we weer verder en is de concentratie mensen in de bus opeens verandert in een hele andere collectie. De stoelen zijn ingenomen door de plaatselijke jeugd die keurig in hun schooluniform zitten. De chauffeur scheurt als een gek door de bochten in de bergen. Niemand, behalve die vier blanke gezichtjes op de achterbank, blijkt onder de indruk van het rij gedrag van 'Schummi'. Door de jongen, die als bijrijder fungeert en zijn taak volbrengt als financieel figuur, worden we erop geattendeerd om de taxi naar de ferry te nemen. Ik heb zojuist in de LP gelezen dat je het stukje naar de haven makkelijk kan lopen en dat de ferry tot 8 uur in de avond gaat. Het is inmiddels iets voor half zeven en de jongen zegt dat we echt de taxi moeten nemen. Ik spreek het beste Spaans van het stel dus de verantwoording van vertalen ligt bij mij. Ik begrijp het verhaal wel maar snap het niet. Laat ik het zo zeggen, dat wat ik heb gelezen in mijn boek strookt niet met de informatie die net tegen me word verteld. Als de jongen nogmaals herhaalt dat de laatste boot om zes uur gaat en dat we de taxi moeten nemen die hij al voor ons geregeld heeft, laten we ons maar meevoeren. Meestal weet ik het beter, of denk ik dat ik het beter weet, maar soms moet je maar blindelings vertrouwen hebben in andere en hopen op het beste.

We rekenen een dollar per persoon voor de taxi af, de tassen worden uit de achterbak van de pickup gevist en loeisnel naar een speedboot gebracht. De jongen had gelijk. De laatste boot ging om zes uur. De mensen in de boot zitten al even op ons te wachten. Met een 225 pk Yamaha buitenboordmotor schieten we over het water heen. Ik haal snel mijn fototoestel te voorschijn en maak een filmpje van de huizen aan de waterkant en de roze zonsondergang. In mijn schermpje lijkt het alsof ik een film op snel doorspoelen heb staan, zo'n hoge snelheid heeft de boot. Op de vier rijen bankjes die ieder maximaal vier personen kunnen houden, klappen de billetjes op een open gedeelte water hard op het hout. Ongeveer 25 minuten later komen we aan bij een nederzetting aan huizen, wederom op palen en verschillende restaurants aan het water. Boca del Cólon is het hoofdeiland en daar worden we dan ook keurig afgezet. Super service, kan niet anders zeggen.

Malena, het Noorse meisje en ik spreken met Angelo en Donny af dat we morgen om 12 uur samen gaan lunchen. Malena en ik nemen de gratis transfer die het hostel heeft geregeld. Ons Pukalani hostel ligt 10 auto-minuten van het dorp vandaan. Onafhankelijk van elkaar hebben we daar geboekt. Beide gekozen voor het grote zwembad en het strand wat letterlijk op steenworp afstand is. We zijn behoorlijk gaar van de lange dag bussen-en-boten. We zoeken na een hapje gegeten te hebben, op de krakkemikkige stapelbedden onze laatste rustplaats voor de dag. De matrassen hebben echter alleen nog vulling bij het hoofd,- en voeteneind hebben. Maar slapen zullen we, matras of geen matras.

Boca del Toro, 18 juli

Dat er heel wat hoefjes op mijn tas hebben gedrabbeld toen het ergens onder een stoel in de kleine bus is gepropt, is te merken. Een shampoofles is in de toilettas open gegaan. Naast dat alles lekker ruikt, is alles aangetast door de vloeistof. Tandenpoetsen met een tandenborstel die in haarwasmiddel gedoopt is geweest, is niet aan te raden. Bijna bellen geblazen.
Het regent zwaar en het onweer is heel dichtbij. Donder laat de ramen trillen en scherpe lichtflitsen verschijnen er in de lucht. Als we om 12 uur ons transfer busje naar het centrum hebben, regent het nog steeds.

Malena loopt in haar doorzichtige regenponcho over de straat en ik heb mijn Chileense paraplu die mijn tas met camera moet beschermen boven mijn hoofd. Onze vrienden staan al te wachten en we gaan richting Lily's café voor een lunch. Op een overdekte aanlegsteiger staan wat bankjes, tafels en stoelen en we nemen plaats op de ena achterste tafel. We hebben een mooi maar vooral vrij uitzicht over het dorp aan het water. Alle gebouwen staan op palen tegen de kant aangebouwd en zijn bijna allemaal van een eigen aanlegsteiger voorzien. De regen is inmiddels gestopt maar er hangt nog steeds een grijs grauw wolkendek boven het water. Alhoewel er ook wat blauwe lucht stiekem tevoorschijn komt in de verte. We bestellen onze hapjes en drankjes en blijven uiteindelijk drie uur hangen. Als Donny wat brood in het water gooit, blijkt dat een hele school vissen onder de steiger heeft liggen wachten loerend voor wat eten. Zeker 30 geel gestreepte zebra visjes komen aangesneld. Dat brengt ons op het idee dat we maar iets moeten gaan ondernemen, snorkelen of kajakken bijvoorbeeld. We hebben de dag een beetje weg zitten eten en drinken dus moeten even een plan maken.

Bij 'Spanish at the sea', waar de jongens verblijven gaan we kajaks huren. Vandaag lukt het echter niet omdat er niet voldoende op voorraad zijn. Morgen dan? Ja, het word morgen. Wat hebben zij een leuk hostel, mensen zijn zo vriendelijk. Je weet pas wat je mist als het er niet is, zullen we maar zeggen. We besluiten om een twee dozijn drankblikken in te slaan en ik ben verantwoordelijk voor het eten. We nemen een taxi naar ons verblijf. De jongens worden door het zwembad verblind en willen hier ook verblijven. De steenworp afstand naar het strand, de aanlegsteiger en het lounge gebouw op het water is wat ze willen. 'De mensen die hier werken zijn niet vriendelijk hoor en bij jullie hangt er een veel betere sfeer,' zeggen we. Als de gasten een potje pool spelen en daarna twee kajaks huren en de kleine golven gaan bedwingen, trek ik me terug om in een hoek wat geen keuken mag heten, de Mexicaanse maaltijd te bereiden. De jongens willen blijven. Ze boeken twee bedden voor morgen en doen een aanbetaling. We eten met zijn vieren omringt door een groep Zwitsers, Oostenrijkers en Duitsers die aan het bbqen zijn. Mede dankzij de andere groep mensen zit de sfeer bij het hostel er eindelijk in. De regen blijft in buien naar beneden plensen.

Rond een uur of half 10 (geen regen) nemen we nog even een duik in het verkoelende zwembad. Gelukkig kunnen de jongens niet zien dat het zwembad al een aantal dagen niet is schoongemaakt. Het onvriendelijke meisje wat ons gisteren heeft ingecheckt, komt naar ons toe en zegt dat de jongens geen gebruik mogen maken van het zwembad omdat ze vandaag niet in het hostel verblijven. Ik snap de regel dat niet-gasten geen gebruik van de faciliteiten mogen maken maar de jongens hebben net kajaks gehuurd en afgerekend. Voor morgen hebben ze twee bedden geboekt en betaald en dan zouden ze vandaag geen gebruik mogen maken van het zwembad? Nee, inderdaad dat mag niet en dat zijn de regels. Dan wil ik de baas spreken, zeg ik. De jongens mogen hier dus wel hun geld achterlaten om jouw loon te betalen, want zo werkt gastvrijheid, je betaald voor de faciliteiten én de service die er word aangeboden. Donny gaat beteuterd het zwembad uit als ik nog in een discussie ben. De dame maakt pas op de plaats en gaat op de verderop gelegen trap zitten met haar telefoon in haar hand. Niet veel later is waarschijnlijk haar dienst afgelopen en is ze vertrokken.

De nachtwaker komt even later naar me toegelopen en reikt me een telefoon aan. Het is de baas. Heel kalm leg ik het verhaal aan hem uit, dat ik snap dat er regels zijn maar dat er ook nog zoiets bestaat als er flexibel mee omgaan. De jongens hebben alles betaald, hebben hun 'goodwill' getoond en mogen nu geen half uur gebruik maken van het vieze zwembad water? Als je van je gasten en je inkomen af wil, moet je vooral zo doorgaan. Met wat klachten oplossende basisprincipes die ik de strijd gooi, geef ik uiteindelijk de telefoon terug aan de waker en zeg tegen de jongens dat ze van harte welkom zijn om in het zwembad te springen. Ze waren al onder de indruk van de onderhandel technieken bij de taxi maar ben nu helemaal naar sterstatus in hun ogen gerezen. We genieten met z'n drieën van het verkoelende water, Malena is inmiddels naar bed vertrokken. Het gesprek gaat verder over klantenservice en vooral dat er hele afdelingen van zijn in de VS en dat het hier eerder een onder geschoven kindje blijkt te zijn, als ze al van het woord hebben gehoord. Na nog wat blikjes Smirnoff Summer (jammie) en wat Baco's, gaan de jongens rond middernacht huiswaarts met de taxi. Ik zoek mijn dunne matrasje weer op.

Boca del Toro, 19 juli

Om kwart over zeven in de ochtend word er hard op de deur gebonkt. Ik schuif het gordijntje opzij en zie in het licht van de dag een dikke medewerkster van het hostel staan. Ze heeft een telefoon in haar hand. Malena is inmiddels ook wakker geschrokken en aangezien zij in een onderbed slaapt, vraag ik haar de deur te openen. Het telefoontje is voor haar. Ik vrees voor het ergste als ze haar naam weten en hoop niet dat het haar familie van de andere kant van de wereld is om ernstig nieuws te brengen. Ze zegt wat dingen in het Engels en geeft de telefoon terug aan de dikke dame.

Ik brand van nieuwsgierigheid en vraag wat er aan de hand is. Ze zegt: 'Dat was de eigenaar. Hij zou vannacht om zes uur zijn gebeld door onze Amerikaanse vrienden die 'opgepakt' waren. Of hij kon zorgen dat ze uit de gevangenis konden en de borg wilde betalen. De eigenaar vervolgt dat hij ons niet meer in zijn hostel wenst omdat we vrienden zijn. De jongens die een aanbetaling hebben gedaan zijn ook niet meer welkom.' Wat een rare situatie. Ik geloof niet dat onze vrienden in moeilijkheden zijn gekomen en dan op een of andere manier achter het telefoonnummer van de eigenaar zijn gekomen. Angelo had al moeite met het onthouden van de hostelnaam laat staan dat hij de naam van de eigenaar heeft onthouden, mocht ik die al hardop hebben gezegt. Het klinkt meer als een wraakactie van gisteravond, waarvan ik dacht dat we dat toch netjes en kalm hadden opgelost. Malena stuurt de gasten een bericht via Facebook en ik mail naar hun hostel met de vraag of ze willen controleren of ze er zijn. Het verhaal klinkt echt te ongeloofwaardig. Ik stuur naar een uur nog een bericht naar het hostel wat ik wil duidelijkheid. Ik weet bijna zeker dat het een onzin verhaal is, want de jongens zijn helemaal geen probleem veroorzakers. De één is militair en gestationeerd in Alaska en de andere is leraar die vanuit het onderste schoolniveau het voor elkaar heeft gekregen om zijn universitaire studie af te ronden. Ze hebben gisteren wel voldoende gedronken maar zijn niet luidruchtig geweest of rebels geworden.

Ik bedenk ondertussen waar we voor de volgende nachten moeten overnachten. We of ik, hebben namelijk nog niet de keus gemaakt of we hier nog één of twee nachten willen verblijven. Door het moeilijke gedoe van gisteravond wat jammer genoeg toch extra negatieve energie met zich mee heeft gebracht en het gedoe van nu, ben ik er zeker van dat ik morgen vertrek. Ik ga in mijn hoofd de hostels af die ik ken, zodat ik kan beslissen waar we als eerste naar toe kunnen met onze bagage. Ik heb me ook voorgenomen om eerst een ontbijt te maken, mijn kalmte te bewaren en dan aan het personeel vraag of ik weer met de baas kan spreken. Ik ben in mijn vorige functie nooit onder de indruk geweest van personen die om de baas vroegen maar deze mensen weten totaal niet waar ze mee bezig zijn en hebben geen flauw idee hoe een gastenverblijf hoort te werken. Kortom, heb geen vertrouwen in hen en wil met iemand spreken die weet wat er precies aan de hand is. Ik stuur voor de derde keer een bericht naar Spanish at the sea. Dit keer ook in het Nederlands omdat ik er vanuit ga dat het een Hollandse onderneming is. Er wordt namelijk Engels, Spaans, Frans, Duits en Nederlands gesproken. De gemiddelde Nederlander spreekt natuurlijk Frans, Duits en Engels. Er is volgens mijn hersencellen geen andere nationaliteit die dit in het basis pakket heeft (afgezien van de Belgen natuurlijk maar dat zijn reserve Nederlanders).

Na het ontbijt vraag ik aan de dikke medewerkster of ik de baas zo kan spreken. Aangezien de meneer niet de behoefte heeft om zijn eigen zaak met een bezoek te vereren, moet het via de telefoon. Ik vraag tevens of ik de telefoon mag lenen omdat ik naar het hostel van de jongens wil bellen om duidelijkheid te verkrijgen. Ik heb nog steeds geen bericht terug gekregen en zal toch onderbouwde argumenten moeten hebben als ik met Juan de eigenaar, een gesprek hier over wil hebben. Ik krijg de aardige Britse receptioniste van het hostel aan de telefoon en leg kort de situatie uit. Of ze wil kijken of de jongens braaf als engeltjes liggen te slapen. 'Ze zijn in de keuken,' zegt ze. 'Wil je ze spreken? 'Graag,' zeg ik. Ik krijg Angelo aan de telefoon die natuurlijk niets weet van het verontrustende telefoontje en de uren durende onwetendheid waar we in hebben gezeten. 'Wat heb je gisteravond gedaan?' vraag ik. 'We hebben in de hangmatten van het hostel geslapen,' zegt hij. 'Zijn jullie niet nog wezen stappen en door de politie opgepakt?' 'Wat, waar heb je het over? Nee, we zijn met de taxi naar het hostel gebracht en daar nog een drankje gedaan en zijn in de hangmatten in slaap gevallen.' 'Dus niet gearresteerd?' 'Waar heb je het over?' Ik leg hem in het kort uit wat er vanmorgen is gebeurt en beloof hem dat ik hem in de middag alles uit zal leggen.

Kort daarop krijg ik de eigenaar Juan aan de telefoon. Nogmaals in alle kalmte die ik in mijn lichaam heb, vraag ik of hij wil uitleggen waarom hij vanmorgen om kwart over zeven ons uit bed belt en waarom er zo agressief op de deur moest worden geklopt. Hij zou om zes uur zijn gebeld door een gast die was opgepakt. Hij wilde spreken met ene Elana uit kamer 5 of 6. Er moest borg worden betaald om hem uit de cel te halen. Ik vraag hem waar de jongen vandaan kwam en of hij wist hoe hij heette. Dat weet de eigenaar niet. 'Hoe ben je dan zo zeker dat hij onze vriend of vrienden was of waren? Dat wist hij ook niet. Hij wist alleen dat er een Malena in kamer vijf sliep en is er vanuit gegaan dat wij dat waren. Waarom moet er dan als een bezetene op de deur worden geklopt? Daar was geen sprake van. Ik zeg dat ik het niet normaal vind dat er om kwart over zeven keihard en ongeduldig op de deur wordt geklopt om vervolgens een telefoon af te geven. Het eerste wat er in je op komt is dat er wat ergs in je familie is gebeurt. Dat was volgens hem de bedoeling niet. Hij is trouwens niet naar het bureau gegaan om te betalen. Ik ben daarbij niet te spreken over de onvriendelijke houding van het personeel. De eigenaar hangt vervolgens een verhaal op dat hij sinds hij het hostel heeft geen dag rust meer heeft gehad. Hij zijn nek in december heeft gebroken en daarmee gewoon heeft doorgewerkt. Hij al zulke moeilijke mensen heeft gehad die allerlei problemen hebben veroorzaakt. Ik zeg hem dat hij maar eens moet denken om iets aan zijn personeel te doen. Die zijn niet service gericht en alles wat je aan ze vraagt meer een opgave voor ze lijkt te zijn dan een service die ze willen bieden. Hij zegt dat het personeel heel vriendelijk is. Ik op mijn beurt weer dat dat wel kan zijn maar dat dat er niet uitkomt en dat hij er slim aandoet om de reviews op internet te lezen. Hij zegt drie keer sorry en ik weet dat hij van de situatie baalt. 'Wij en onze vrienden zijn dus nog steeds welkom?' Ja, dat zijn we. Al zou ik bij iedere andere situatie hem allang zijn gepeerd omdat ik mijn geld niet wil uitgeven aan zulke prutsers. Maar ik weet dat de jongens hier heel graag een nachtje wilde verblijven en dat ze vanavond een bbq bij het aanlegsteiger huis hadden gepland. Alles berust daarbij op een misverstand. Ik slik dus maar drie keer en geef de eigenaar het voordeel van de twijfel.

Om 12 uur gaan we richting het dorp om de jongens en de kajaks op te zoeken. Angelo die wat fruit op straat heeft gescoort komen we al lopend tegen. 'Wat hebben we gisteren gedaan?' vraagt hij met een niet snappende blik. 'Vertel jij dat maar aan mij,' zeg ik met een glimlach. We vertellen hem het volledige verhaal. Als de receptioniste ervan hoort, verteld ze dat het klinkt als een oplichting praktijk. Je word dan vroeg in de morgen gebeld, zodat je er niets van snapt omdat je slaapdronken bent en dan word je bij het politie bureau overvallen van je geld. Ik had de jongens sowieso nooit uit de gevangenis gehaald door te betalen. Dat ze dat maar even weten.

We hebben vier kajaks gehuurd maar Malena besluit liever een kajak te delen met één van de jongens. Angelo en ik tillen twee zeekajaks het 200 meter verderop liggende strandje op. Donny en Malena nemen de 2-persoons plastic boot. Ik ben wederom blij met mijn zelf opgebouwde vertrouwen hoe zo snel en zo professioneel uitziend mogelijk ik de boot te springen. Ik heb het al helemaal naar mijn zin. Het water is zo helder en ik moet een beetje lachen om het feit dat Malena een enorme rood reddingsvest om haar torso heeft gebonden. We peddelen drie kwartier naar een nabij liggen eiland waar de 'Aqua lounge', een lounge café cq hostel is gevestigd. We leggen onze vervoermiddelen op iemand zijn strandje en vragen of ze daar even mogen blijven liggen. We lopen richting het voor jongeren gebouwde gebouw en genieten van de sfeer en het eten. Ik kan me inhouden om me niet als een klein kind te gedragen als ik een trampoline zie staan, waarmee je mooi in het onder liggende water kan springen. Er hangen wat houten schommels waar je met een goede afsprong via een salto ook in het water kan springen. Het is een beetje een speelparadijs. Boten komen af en aan gevaren om vooral de gasten met hun surfboards op te halen en af te zetten.

Na bijna weer anderhalf uur verspeeld te hebben aan de eettafel vind ik het mooi geweest en vraag iedereen of ze er weer klaar voor zijn. Iedereen heeft een andere mening over waar naar toe te gaan dus we peddelen de waterweg weer over. Idem als we zijn heen gekomen. Watertaxi's scheren met een bloedsnelheid over het water en zorgen voor wat golven, hetgeen ik wel een uitdaging vind. Als we bij het strandje komen waar we zijn opgestapt hebben Malena en Angelo hun gedeelde kajak al aan de kant. 'Wat gaan jullie doen, we zijn net begonnen? vraag ik. Ze vinden de speedboten die over het water scheren en de golven die ze daarmee veroorzaken niet leuk en stoppen ermee. Nou ik niet hoor. Ik ga geen uur peddelen om vervolgens mijn boot weer terug te brengen. Hoe vaak kan je nu Panama op een kajak zitten om de zeesterren te bekijken? Ik vind het een beetje laf gedrag en peddel achterwaarts om mezelf te verwijderen van het strandje. Ik ben er nog niet klaar mee en daarmee hoef ik niet alles samen te doen. Donny heeft het ook nog prima naar zijn zin dus we peddelen samen verder.

Als we bij het strandje rechts de hoek omgaan, blijkt daar helemaal niemand te varen. Het water is heel kalm en helder. Zo kan ik goed de zeebodem inspecteren. Ik moet me inhouden om niet elke keer oeh en ahh te roepen als ik de mooie en grote zeesterren en zee egels zie. De mangrove bomen hangen over het water en de wortels hangen vol met schelpen. Van een afstandje lijken er witte bloemen hogerop de wortels te zitten, zo'n 30 centimeter van het water vandaan. Bij nadere inspectie blijkt het ook om schelpen te gaan die door het zout en de zon helemaal zijn gebleekt. Als we verder peddelen komen we bij wat krakkemikkige nederzettingen. Dat de toiletten niet op het riool zijn aangesloten is goed te zien en te ruiken aan het donkere water. Zodra we weer bij water met meer onderliggende stroming komen, zien we de bodem weer en krioelen de visjes weer door het water heen.

Aan het eind van de middag is het toch tijd om de kajaks terug te brengen. We halen de tassen van de gasten op, doen wat boodschappen en nemen het transfer busje naar hostel. Blikjes Heineken en drie pakjes sigaretten komen op tafel. Ik heb mezelf nooit verboden om niet meer te roken. Mezelf zelfs toegestaan om bij een warm klimaat aan zee, met alcohol en gezellige mensen een sigaret te laten roken maar op een of ander manier taan ik er absoluut niet naar. Ik voel me weer kip lekker na mijn lichte ziektebed en hoest nog een sporadische keer. Ik ben heel tevreden met het feit dat ik mijn keel niet voel en wil dit niet gaan verpesten door weer iets van tabak op te steken. Ben ik nu officieel van het roken af? En sinds twee dagen weer een beetje alcohol na weet ik veel hoelang niet gedronken te hebben.. Zou ik nog een keer helemaal gezond gaan leven of ga ik teveel naar links, richting de geitenwollensokken commune? Hoe dan ook, ik rook niet, sla de bbq over omdat de groentensticks naar gerookte kip smaken en drink twee biertjes de gehele avond maar gezellig dat het is en daar gaat het om.

Boca del Toro - Panama city, 20 juli

In de vroege morgen vertrekken we met de speedboot in de volle regen naar het vaste land. Ik had me Boca iets anders voorgesteld. Iets zonniger, iets vrolijker. Het is hét vakantie toevluchtsoord voor de gemiddelde Panamees maar ik ben niet dol-enthousiast. Nog geen 10 minuten met een voet op het eiland of er wordt al geprobeerd om cocaïne aan me te slijten. De eilandbewoners houden van hun drank en krijgen als afleiding af en toe wat toeristen toe geworpen. Uiteraard heeft het verblijf, waar we onze intrek voor een paar dagen hebben genomen, ook niet echt meegewerkt aan een positief imago. We zijn blij dat we naar 'huis' mogen. Ons huis is casa/villa Vento Surf in Panama city. De mensen zijn vriendelijk, het zwembad is schoon én de matrassen lijken van Auping of Hästens makelaardij te zijn. Het klinkt verwend en dat is het eigenlijk ook. We zijn dan ook in een eerste wereld land en niet meer in een tweede wereld land waar je minder eisen hoort te stellen. De speedboot scheurt weer over het water en afgezien dat het regen,- en opspattende water mijn rug compleet nat maken, zit ik met een glimlach op de boot. De snelheid vind ik geweldig.

We worden afgezet bij het busstation. Tussen acht en half negen vertrekken we. Binnen korte tijd kan ik me weer verheugen op het schitterende uitzicht op de jungle. In de bermen groeien rode, lila en rosé vleitige Liesjes. De mist uit de heuvels en valleien die de bomen onder een deken leggen, is nog niet geheel opgetrokken. Langzaam rijden we weer in een volgende regenbui in en ik dommel in een ontspannen slaap. Als ik weer wakker word, is het uitzicht nog steeds groen. De heuvels, de bergen, de weilanden, alles is groen. Groen van de lente waar alles in bloei staat, groen van de vele regen die valt. Langs steile bergwanden zijn er door de neerslag watervallen ontstaan die bij aankomst op het laatste horizontale stuk het water kapot slaan.

Na een paar uur komen we bij de bewoonde wereld en veranderd de jungle in een door mensen onderhouden 'beschaving'. We maken een stop bij een groot wegrestaurant waar ik in de file moet staan om groenten op mijn bordje te laten scheppen. Als ik met het dienblad in mijn handen sta, vraag ik mezelf af wat ik hier in hemelsnaam doe. Ik eet niet graag bij een buffet soort. Het is een Van der Valk doelgroep, waar het aan doet denken en al is die familie een reden cq resultaat voor mijn verblijf hier, nee; een buffet gaat me iets te ver. Ik leg mijn dienblad zonder een bestelling te hebben gedaan weer terug en verdwijn uit de rij. Bij een naastgelegen winkel haal ik twee kleine ongezonde pakjes met vier koekjes ieder. Mijn Noorse reisgenoot heeft wel een bord van het buffet voor zich staan al is ze niet tevreden over de reactie van haar smaakpupillen als ze een paar happen heeft genomen.

Het laatste stuk van de busreis is niet zo fascinerend als wat we net hebben gehad maar het is nog steeds intressant om te zien hoe mensen leven. Soms zijn de huizen zo simpel maar allen zijn voorzien van een grote schotel atenne en er staat een auto voor de deur.

Aangekomen op het busstation is het spits druk. Twee Hollandse jongens hebben voor ons in de bus gezeten en ik vraag of ze misschien een taxi willen delen. We checken bij de taxi's maar het adres van de jongens is een te groot aantal blokken van ons adres verwijderd. We besluiten ieder maar een eigen taxi te regelen. De prijzen zijn sinds drie dagen omhoog gegaan. Met argumenten als; het is ver, het is druk, het is ver en druk, proberen de chauffeurs de prijs kunstmatig hoog te houden. We hebben eindelijk een chaffeur gevonden die ons voor vijf dollar naar ons oude adres wil brengen. 'Nog 1 persoon erbij', zegt hij. Voor hem weer extra geld voor dezelfde rit en voor ons maakt het niet uit. Er stapt een dame voorin die een hele conversatie met de chauffeur begint. Als zij later uitstapt is de chauffeur zo onder de indruk van haar dat hij plots de weg naar ons hostel niet weet. Als we 20 minuten later zelf ook zwetend van de hoge luchtvochtigheid achter in de taxi zitten, snappen we dat de chauffeur echt niet weet waar we zijn. Hij stopt twee keer bij een zelfde hotel om de weg te vragen. Ik heb te weinig in de wijk rond gelopen om herkenningspunten te hebben. De sukkel weet echt niet waar we zijn en we moeten met kaarten aan komen draven om de plek aan te wijzen waar we slapen, althans hopen te slapen. Wij weten de weg ook niet. 'Ik woon hier niet, ben gewoon een toerist', laat ik hem weten als hij weer vraagt waar het is. Uiteindelijk hebben we een herkenningspunt en rijden we de goede straat in. Hij wilde twee dollar extra. Dat geven we hem maar. Hij heeft bijna een half uur extra rondgereden. Arme prutser. Misschien toch maar een andere baan gaan zoeken.

We stappen ons vertrouwde Vento Surf in. De eigenaar is er zelf en we krijgen een hartelijke begroeting met naamherkenning erbij. We vertellen de eigenaar ons verhaal over de rare dingen die er zijn gebeurt in ons hostel in Boca. Hij kent de eigenaar en heeft al zoveel verhalen over dat hostel gehoord. Negatieve wel te verstaan. Harstikke zonde want de locatie was perfect. Het zwembad was leuk en dicht bij het strand. Het heeft absoluut potentie maar dan wel met een ander management. In het hostel zijn de twee Australiërs ook nog aanwezig met wie we enkele dagen geleden naar het Panama kanaal zijn geweest. Een van de jongens heeft inmiddels zijn nieuwe paspoort opgehaald.

We maken eten in de fatsoenlijke keuken. Lounge op de schone banken en in de avond neem ik mijn intrek weer op mijn stapelbed in de hal. Mijn zachte Auping matrasje.... hhmmm


Panama city, 21 juli

Eigenlijk 'moet' ik wat gaan doen. Maar eerlijk is eerlijk, daar heb ik helemaal geen zin in. Het woordje 'moet' moet trouwens ook maar uit mijn vocabulair. Ik moet niets. Maar mijn ikke en wijze ikke zijn het niet altijd met elkaar eens. Malena heeft in haar reizen altijd iemand nodig. Ze is een vakantieganger en geen reiziger. Alleen reizen is niet aan haar besteed en alleen de was naar de wassarete brengen ook niet. Ze heeft contact gemaakt, of een nieuwe vriendschap gesloten met een Nieuw Zeelands meisje. Met zijn drieen gaan we op pad om de vuile was weg te brengen en om het koele nabij gelegen winkelcentrum te bekijken. Het regent gelukkig een stuk minder in Panama City dan Boca maar de luchtvochtigheid bereikt bijna de 100. Zo warm en drukkend dat we snel ergens naar binnen willen.

De stad en vooral de kuststrook staat vol met wolkenkrabbers. Ik heb me laten vertellen dat 70 procent van de hoge gebouwen leeg staat. Dat betekend dat er goed is doorgebouwd maar door de crisis die wereldwijd heerst, hier ook zijn vruchten (giftige appel) heeft afgeworpen. Vooral in de avond is goed te zien dat er maar weinig lichten branden in de woontorens. De architectuur is er echter niet minder om. Om de stad van een goede hoogte te bekijken, stel ik de meiden voor om als 'placebo' gast het Hard Rock hotel maar eens binnen te lopen. Wie weet nu dat we geen gasten zijn? We vragen bij één van de mannen buiten, die keurig de deur voor ons open houden, waar de bar is. We worden verwezen naar het zwembad wat op de zoveelste etage is. Dat word het dus. Het zwembad met uitzicht op de stad. Ik, nog één van de meiden, is ooit in een Hard Rock hotel geweest. En er zijn er toch wel een paar op de wereld. Het hotel hangt vol met kleding van bekende en onbekende artiesten. (Wie is Melisa Etheridge? vroeg de Nieuw Zeelandse aan mij, die toch maar vijf jaar jonger is. Mensen ken je klassiekers!) De kleine Trabant van een clip van U2 staat bekladert in de lounge van het hotel. Gitaren, Elvis pakken en Rihanna gewaden hangen achter glas.

We stappen vol zelfvertrouwend de lift in en hebben allemaal het nummer onthouden waar het zwembad is zodat we niet door de mand kunnen vallen. Uiteraard is er een 'liftboy' die de functie heeft om heel de dag de lift te bedienen. Alsof het een opgave is om een knopje in te drukken? We stappen uit en komen ergens halverwege, wat goed genoeg voor ons is, op een etage uit. Het zwembad heeft geen rand, wat ervoor zorgt dat je vanuit het zwembad in hangende houding goed een deel van de skyline kan zien. We maken wat foto's maar gaan al snel richting het winkelcentrum. Gedreven door de honger (trek..) van de dames. Bij een foodcourt (een etage met alleen maar eetzaken; KFC, Mc Donalds, Pizzahut en andere globale ketens) moet ik met leden ogen aanzien dat alles weer vlees en vis is en ik sla deze eetbeurt dan ook over.

Ik ga nog even snel op zoek naar een echte Panama hoed maar de overgeprijsde exemplaren laat ik liggen waar ze liggen. De twee dames hebben elkaar helemaal gevonden. De Nieuw Zeelandse gaat morgen naar de San Blas eilanden. Een eilanden groep tussen Colombia en Panama wat schitterend moet zijn met palmbomen en witte zandstranden. Malena wilde daar ook graag naar toe en is nu gezegend met een nieuw reisgenootje. Bij terugkeer in het hostel trek ik me terug op een zachte bank en lees, leer en schrijf met mijn koptelefoon op. Af en toe heb ik een half oog over om de opgezette film te bekijken. De dames komen afscheid nemen aangezien ze morgen vroeg om vijf uur vertrekken. Ik ga helemaal nergens heen, dus blijf morgen zo lang mogelijk in mijn bed liggen. Alleen zijn, dat is hetgene wat ik op het moment nodig heb.

Panama city, 22 juli

'De had-dag'
Alleentijd, lui en hagel

Ik heb 'alleentijd' nodig. Als het woord nog niet bestaat, hierbij. Ik stem voor het woord van 2012 en het moet 'alleentijd' worden. Iedereen heeft dit moment nodig. Zeker als je continu mensen om je heen hebt of zoals ik, met mensen heb gereisd die niet getraind zijn om alleen te reizen. Ik ben niet anti-sociaal maar kan zo 100 voorbeelden van mensen opnoemen die beter in sociale contacten zijn dan ik. Alhoewel ik wel denk dat ik de afgelopen jaren beter ben geworden in mensen tolereren. Al ligt het hart nog vaak op de tong. Op dat laatste ben ik trots. Ik heb het bewust ontwikkeld in de afgelopen decennia en wil het dan ook niet veranderen. Van binnen ben ik namelijk een verlegen meisje. In de praktijk word ik hierin nog wel eens verraden door mijn eigen blozende wangetjes. Baal ik van. Vandaag 'alleentijd'. Morgen 'alleentijd'. Je zou het kunnen zien als luiheid. Mijn koptelefoon, raar woord eigenlijk, heb ik vaak op vandaag. In de reizigersbranch en in de hostelwereld, zoals waarschijnlijk ook op school en openbare vervoer, is dit een hint. Een hint van: 'stoor me niet'. Ik wil vandaag niet en morgen trouwens ook niet, geen nieuwe vrienden maken. (is 'niet' en 'geen' samen een dubbele ontkenning, zodat ik eigenlijk zeg dat ik wél nieuwe vrienden wil maken? Voor de duidelijkheid: dat wil ik niet! Geen nieuwe vrienden!) Mijn koptelefoon belemmert het. Ik schrijf met de koptelefoon op. Ik zit aan het zwembad met koptelefoon op. Ik kijk met een half oog naar de hersen-etende Antony Hopkins in de sequel en kijk voor het eerst Batman the Dark Knight met wijlen lekker ding Heath Ledger. Toch zonde. Heel zonde. Ik wilde eigenlijk gaan wandelen, alleen, maar had mijn accu van de camera niet opgeladen. Ik had met de toeristenbus naar het oude centrum gekund. Als ik niet zo gierig was geweest om die 29 dollar in mijn zak te houden. Ik had goedkoper met de taxi kunnen gaan maar was te lui om mijn spullen te pakken. En wat hou je dan over? Een dag vol luiheid. Die enkel en alleen bestaat uit schrijven, lezen, internetten, film kijken, zwembad hangen, film kijken (alweer of nog steeds?) en eten. Sommige mensen noemen dit geloof ik: vakantie. Ik was aan het reizen. Nu niet meer, nu heb ik vakantie. En in vakanties zijn we lui. In mijn opvoeding was lui niet toegestaan. Dat heeft er uiteindelijk wel voor gezorgd dat mijn hele huis in no-time was opgeknapt en ik het eerste jaar niet voor de kabel hoefde te betalen. Ik had namelijk geen tijd om tv te kijken. Tv kijken betekend: lui zijn. En kijk waar het me heeft gebracht? Die anti-luiheid heeft me bij de verkoop van het huis toch maar even een paar duizend euro in het laadje gebracht. Die ik zo summier mogelijk probeer op te maken. Toch zal ik de dagen nog eens gaan missen. Go, weet je nog... Zeg ik dan tegen mezelf. Weet je nog dat je die luie dagen in Panama had aan het eind van je reis door zuid Amerika? Had ik daar maar meer van genoten want nu zit je weer in de malle molen van het werkpaarden gedrag. Had had had. Ik had ook in de stad kunnen rondhangen en ik had ook naar de Stille oceaan kunnen lopen. Ik had ook anti-muggenspul kunnen op smeren. Hadden mijn benen er niet uitgezien of ik een schot hagel uit een jachtgeweer had opgevangen. En had ik nu niet zoveel kriebel gehad. Ik had het één en ander kunnen ondernemen vandaag en ik had misschien nieuwe mensen ontmoet die me energie hadden gegeven inplaats van gekost. Ik heb mijn had-dag gehad maar zie het toch niet als een verloren dag. Want vakantie is fijn. Het laat je op voor de dingen die komen gaan. Misschien morgen nog maar zo'n dag? Ja, morgen nog zo'n dag. Met mijn koptelefoon op. Met mensen die liedjes in mijn oor zingen. Alleen is namelijk ook maar alleen.

Panama city, 23 juli

Vandaag is de laatste officiele dag van mijn reis in zuid Amerika. En die bestaat niet uit uitbundig gedrag. Ik ben er eerlijk gezegd 'klaar mee'. Mijn gedachten zijn alleen maar in Noord Amerika waar ik morgen zal aankomen. Ik ben klaar met het reizen. Klaar met het elke dag maar dingen regelen, bussen checken, goed op de spullen letten, je eigen veiligheid in de gaten houden, tassen overpakken als je ergens naar toe gaat, met zo weinig mogelijk aan spullen op straat lopen, je te kleine handdoek gebruiken na een wasbeurt, altijd in smerige haren van anderen in openbare douches staan te dabberen, alles continu opbergen als je slaapt, met een half oog open slapen, Spaans spreken, onderhandelen, inlezen en regelen, regelen, regelen.

Alhoewel ik bij aankomst in centraal Amerika eigenlijk weer de wil had gevonden om heel het smalle stuk van het continent door te reizen. Colombia was een fantastisch land en ben blij dat ik dat heb mee mogen nemen als laatste bezochte land in zuid Amerika. Panama is gewoon modern. Ook leuk natuurlijk. Er zullen hier absoluut plekken zijn die minder ontwikkeld zijn en waar je weer terug valt in het tweede wereldgedrag, wat dat ook moge zijn. Dan door reizen naar Costa Rica en allen landen die erboven liggen om uiteindelijk een twee weekse Maya tour langs de tempels te doen en dan uitrusten in Cancun. Ja, was ook leuk geweest.

Ik kan de energie nu even niet meer opbrengen om mijn interesse ergens naar uit te laten gaan. Ik wil naar Amerika, naar de Verenigde Staten. Ik wil naar mijn zus en dat is het enige waar ik over na wil of kan denken. Een bezoek aan de oude stad sla ik vandaag ook over. Spijt ervan krijgen doe ik niet. Dat weet ik. Ergens spijt van hebben is zowiezo dom. Als je ergens goed over na hebt gedacht kan je nooit spijt hebben van je beslissing. En als blijkt dat die beslissing niet de beste was, dan moet je er maar vanuit gaan dat het ergens goed voor is geweest. Met deze theorie breng ik de dag wederom lui door. Ik zoek verkoeling bij het winkelcentrum waar je bijna een trui nodig hebt om rond te lopen. De AC staat daar op 17 graden. Ik ga naar een internet cafe om mijn ticket uit te printen wat later blijkt dat ik niet 'geautoriseerd' ben om me online in te checken. Ook prima, dan maar bij de balie op het vliegveld. Mijn ander verkoeling zoek ik bij een smoothie annex ijszaak. Dit keer geen mango maar passievrucht. Puur passievrucht ijs wat ijs, en ijkoud is. Yammie.

Terug bij mijn 'thuis' in het hostel vind ik twee jongens die ook om half 11 een taxi naar het vliegveld nodig hebben. Ze hebben dezelfde vlucht als ik naar Fort Lauderdale in Florida. Mijn 'halgenootje' oftewel een Argentijnse jongen die in het andere stapelbed in de gang slaapt, heeft later in de nacht een vlucht. Hij besluit ook mee te gaan. Als ik een tukje heb gedaan, mijn spullen weer keurig heb geordend, een koude douche heb genomen en met een flesje water in de avond even tv zit te kijken, is het plots tijd. Jeee, het volgende plan wordt in werking gezet. Ik verlaat dit deel van de wereld. Ik maak echt een einde aan mijn reis en ga verder naar mijn volgende bestemming.

De Australische jongens en ik staan als zevende in de rij en mogen na 20 minuten wachten inchecken. Ik krijg te horen dat ik twee uur vertraging heb. 'O nee!' Ik heb een aansluitende vlucht in Florida. Ik heb daar dezelfde tijd als mijn vertraging. Als ik dus 2 uur vertraging heb, ga ik dat nooit redden. Ik stuur een mail naar mijn zus die me in Atlanta komt ophalen dat ik het waarschijnlijk niet ga redden. Ik vraag nog aan een stewardes of ze misschien de vlucht kunnen wijzigen van Fort Lauderdale naar Atlanta. Online heb ik al gezien dat er een vlucht om vier uur in de middag is. Moet ik wel een aantal uur wachten maar ben dan nog steeds dezelfde dag om 6 uur in Atlanta. Als ze iets voor me kan regelen, is het dat ik dezelfde vlucht de dag erna heb. 'WAT?!' Nou dat denk ik niet hoor. Een sprintje trekken op het vliegveld is een optie. Ik moet zelfs nog mijn tas ophalen en wegbrengen en niet te vergeten de douane. Altijd een pretje in de USA. Alle vragen zullen me nog meer ophouden,  maar misschien heb ik geluk en heb ik pas douane in Atlanta. Dat zal wel niet. De uren verstrijken en inmiddels is het al middernacht geweest. De boardingstijd was iets voor 1 in de nacht. Boardingstijd is nu 1.40 uur. Dat betekend dat we pas rond een uur of 3 vliegen. 'Ik wil mijn aansluitende vlucht echt niet missen Echt niet! Wat medewerking van mijn reisbeschermengels is hier wel gewenst.

 

Lees verder bij USA, zomer 2012

 

'