Namibië 2013

Sossusvlei (Bij Dune 45), Namibie

29 maart,
Gariep (Orange) river | Zuid Afrika - Fish river canyon | Namibië
 
Alhoewel 'mama' uit Namibië komt, is ze niet echt gecharmeerd van het trage gedrag van de douane beambtes. Het is drukker dan normaal, zal door het lange Paasweekend komen en we staan al geruime tijd te wachten. Er gebeurt dus ook niets. Er is niemand bezig om onze groep te helpen. Totdat er een bijzondere ronde dame in het kantoor komt, roept dat er vijf met haar moeten meekomen en die personen in een ander kantoor zonder probleem instempeld. Er volgen er weer vijf, net zolang totdat iedereen het land binnen mag.
 
Het is warm vandaag. Gisela is volgens mij een exhibitionist.. Die zit in d'r bikini in de bus (ze is halverwege de 40 en geen fotomodel). Misschien meer nudist, al zal ze die kant in de bus niet laten zien. (Hoop ik toch van harte van niet!) Rosie van Günter is zo lief, dat ik het gewoon niet geloof. Niemand kan zo lief en zo schattig zijn. Niet zo'n lange periode. Ze heeft altijd een hoge stem, vind alles leuk, zegt altijd gedag, heeft d'r handjes altijd samen op borst hoogte en houd haar hoofdje scheef om nog aandoenlijker te zijn. Het klopt gewoon niet. Ik vertrouw het voor geen meter...
 
De Engelsen mengen zich eindelijk een beetje in de groep. Cheer, die een beetje arrogant is blijkt arts te zijn.. En dat is nu precies wat hij uitstraalt. Rachel en Nav zijn een stel en beide cardiologen in een ziekenhuis in London. Rachel is net zo oud als ik en toe aan een verandering. Misschien dat ze huisarts wil worden en in de ruimte van overstap ook wil gaan reizen, voor een paar maanden. Mariev, eigenlijk Frans-talig is heel terug getrokken maar komt toch steeds vaker socializen. Ze is eerste-jaars voor verpleegkundige en woont nog thuis bij haar ouders in Quebec. Stijn en ik denken dat ze wel een stelletje kan worden met Jamal, want ze slapen samen in een tent. Tijd zal het leren.
 
Mijn slaapie Franci, heeft net haar stage afgerond bij een uitgeverij van wetenschappelijke boeken in Keulen en zal na deze trip op zoek gaan naar een baan en avondstudie. De meeste van de groep reizen maar tot Victoria falls, behalve Jamal die gaat tot de hoofdstad van Tanzania. Ik ben dus de enige die helemaal door gaat tot Nairobi. Chief rijd iniedergeval door tot de Vic falls, 'mama' stopt al in Swakopmund of Windhoek, één van de twee maar iniedergeval is haar laatste stop Namibië.
We komen eindelijk aan bij het Hobas kamp. (Nadat we gestopt zijn om de 'Kokerboom' de boom die ik al eerder had gespot met die aparte stam te fotograferen)
 
We krijgen 15 minuten om de tent op te zetten (Franci en ik zijn goed! Want we zijn als eerste klaar!) en moeten dan terug in de truck voor een zonsondergang bij Fisher river canyon. Voor de mensen die ooit bij de Grand Canyon zijn geweest in de VS; bijna hetzelfde. De rivier is op het moment grotendeels opgedroogd en er zullen dus weinig vissen zijn. Maar theorie is dat deze zich ingraven bij droge tijden en overleven in de modder. In het regenseizoen als de kleine beekjes weer een rivier vormen, komen ze weer boven geworsteld. De canyon is de ena grootste van de wereld. (op de Grand canyon na) Het is 160 km lang, op sommige punten 27 km breed en 550 meter diep.
 
Omdat we midden in de 'middel of nowhere' zitten, is de sterrenhemel prachtig om te zien. Na een spaghetti met groentensaus, krijgen degene die nog na-tafelen een mok Gin ingeschonken door de Engelsen. Aangezien ik vandaag water uit de Oranje rivier heb gedronken (weliswaar gekookt maar toch) heb ik me vergrepen aan een grote Coca Cola fles en dat schenk ik er dan ook scheutig bij. Een lekker nachtmutsje voor het slapen gaan.
 
30 maart,
Fish river canyon - Naukluft national park
 
We zijn vroeg uit de veren. Ik zelfs om kwart voor vijf. Helemaal uit mezelf, geen wekker die er aan te pas kwam. Om kwart over zes staat het ontbijt klaar en om zeven uur moeten we vertrekken. We zijn allemaal veel vroeger en zitten al een kwartier voor op schema. Vanuit junior kijken we naar een mooie zonsopgang, die ik niet zo vaak zie omdat ik geen vroege vogel ben. Een enorme rots steekt af tegen het verder weinig begroeide landschap. Het lijkt heel erg op de Uluru en al kan die 'uniek' zijn in zijn soort, deze lijkt er verdomd veel op. Waarschijnlijk dat het 'maar' in Namibië ligt dat het zo weinig bekendheid geniet.
 
Er rennen wat struisvogels en zebra's door het landschap. Ook voor hun is de dag net begonnen. Een kleine Springbok word ook gespot, die had ik nog niet eerder gezien. Het woestijn landschap in de ochtend is een stuk aantrekkelijker dan in het vale licht van de middag. Het aantal kleuren is verdrievoudigd in vergelijking met gisteren. Een echtpaar Kudu's (herten) laten zich vanachter een bosje zien. Het mannetje met een enorm gewei rent er als eerste vandoor om bij een volgend bosje stil te blijven staan en ons vanaf daar gade te slaan. Het vrouwtje volgt later haar man op de voet. Een kwartet van kleine Springbokjes doen hun naam eer aan als we naderen. Met grote sprongen nemen ze het struikgewas als hindernisbaan. Ze zijn een stuk kleiner dan de Kudu's en veel lichter van kleur. De Kudu's zijn meer hazen-bruin en hebben dunne verticale witte strepen in de vacht met een soort hanekam op de rug. De springbok ziet er meer uit als onze Hollandse herten. Een witte buik, een donker bruine streep over de zijkant en op de rug zijn ze beige bruin. Het gewei is gedraaid en puntig. Bij de Kudu's is het gedraaid in het midden.
 
De reden dat we zo vroeg moesten vertrekken vandaag is de reistijd. We hebben 560 kilometer af te leggen en dat is met 80 kilometer per uur over onderverharde wegen zo'n geschatte negen uur. Er klinkt hier en daar wel een zucht en een steun over de afstand maar laten we eerlijk zijn; we zijn hier toch voor het landschap en hoe beter dit te bekijken dan vanuit je luie stoel in de bus? Nu ben ik hier al een beetje hardcore in geworden door de 10-duizenden kilometers die ik inmiddels heb afgelegd in een bus, dus ik geniet er alleen maar van.
 
Ik heb liters water, cola (1 cola a day keeps the diarrhea away), elektrolyt drankje voor als ik een lichamelijke oppepper nodig heb, nootjes en zoet bij me. Om de voorraad water nog iets te versterken stoppen we in Bethanie. Een klein dorp waar ze spreken in de tong kliks. In de 'winkel', dat staat ook op de pui, spreken ze Zuid Afrikaans terwijl het dorp weer Duits is of was, eigenlijk. We stoppen daarna bij wat imposante bergen die qua uitstraling lijken op de 'great plains' in Amerika. De bergen zijn op dezelfde manier aan de bovenkant afgesleten. Net onder de top lopen ringen van gelijke kleuren. Ik kom ook tot de ontdekking dat als je met veel geduld om je heen kijkt, je meer leven dus kleuren ziet. De Acacia heeft nu geen bloemen maar op de grond groeien rose, gele en paarse.
 
In de verte komen er donker grijze wolken aan en we horen een licht gedonder van het onweer. Chief legt uit dat regen niet goed is voor deze woestijn. Insecten gaan dood bij water. Springbokken en andere grazers drinken geen water. Die halen alleen water uit de planten. Voor mij (als Hollander, gewend aan zoveel water) is het zo moeilijk te begrijpen dat er leven kan zijn zonder daadwerkelijk de vloeibare vorm van water. Ik heb nu 'geen last' van mijn agorafobie maar ik probeer continu te doorgronden hoe iets kan leven zonder zoiets essentieels? Natuurlijk is het er wel maar niet veel en hier zeker niet zichtbaar.
 
Mijn eigen opgelegde quiz laat de antwoorden niet lang onbeantwoord... Als we een gewoonlijke picknick aan de kant van de weg houden, waait het flink. De regen laat niet lang op zich wachten. Het zijn geen miezer drupjes maar een echte volwassen herfstbui. 'Mama' staat met een plastic dak op haar hoofd de vriezer die achter in junior staat, te ontladen om een lunch voor te bereiden. Een tentzeil word over de uitklapbare bar aan de zijkant van de truck gespannen. Je ontkomt er echter niet aan, iedereen word nat. Ook degene die vanuit de truck de meewerkende mensen gadeslaan. Zij zullen toch naar buiten moeten om hun eten te halen. Stijn is 2x de spreekwoordelijke Sjaak als hij het dak op moet, om het zeil op te hangen en later weer weg te halen. Ik trek nog een sprint van 75 meter om achter een bosje weg te duiken voor een 'toilet' gebruik. De regen heeft alles meteen heel drassig gemaakt en ik moet goed opletten om niet direct met mijn snoet de modder in te duiken.
'.. Maar 10 mm regen per jaar in de Namibische woestijn (90.000 km)', staat in mijn Namibische info. Het is op de Atacama woestijn in Chili na, de droogste ter wereld en bestaat al 55 miljoen jaar. ...Er is in het afgelopen uur dan voor de volgende 6 jaar gevallen.'
 
We maken een noodstop voor een Iguana van een meter, van neus tot staart gemeten. Hij heeft de kop van een dino. Als we bij het kamp Sesriem komen regent het nog steeds pijpenstelen. Hadden we met z'n alle toch even wat anders gedacht bij het woord 'woestijn'... Blijkbaar een hele brede definitie. Ik zal, als ik ooit weer eens internet heb, Googelen wat het eigenlijk wél betekend. Gelukkig is er een groot overdekt restaurant waar we even kunnen schuilen. Als het even droog is zetten we de tenten op die helaas niet waterdicht zijn. Met wat technisch inzicht fabriceren we een overkapping over het kookgedeelte waar ik met 'mama' aan het koken sla.
 
We zitten op onze kleine klapstoeltjes met het bord op schoot als het weer begint te regenen na een korte droogte. Morgen gaan we naar de 'bekende' duin; Dune 45. Helaas is er nog meer regen voorspeld.
 
31 maart,
Naukluft national park - Sossusvlei dunes - Sesriem Canyon - Solitaire
 
'Ohhh, de wekker staat verkeerd! Of de telefoon eigenlijk, die staat nog op Nederlandse tijd en dat betekend een uur terug.' Om kwart over vier gaat mijn wekker en we hoeven 'pas' om kwart over vijf ons bed uit.
Als we een uur later wakker worden, voel ik voorzichtig of de tent niet is ondergelopen en ik niet op mijn matje de tent ronddrijf. Het valt allemaal mee, de tent is droog gebleven op her en der wat plasjes na. Om zes uur staan we te wachten voor de poorten van het Namib- Naukluft national park. Het park wat het grootste is in Africa (50.000 km) heeft een groot aantal dieren en planten in het assortiment.
 
Een 20 minuten later lopen we in de laag hangende bewolking de bekendste duin van Namibië op: Dune 45. Wat betekend; dat het vanaf de poorten van het park 45 km rijden is. De duinen zijn fel rood, wat weer aangeeft dat ze veel ijzer bevatten. Hoe roder de duinen, hoe ouder, gezien het ijzer wat is geoxideerd in de jaren. De duinen zijn de hoogste van de wereld maar gelukkig is '45 maar 175 meter, die we even op de vroege morgen bedwingen. We komen er om de zonsopgang te aanschouwen maar door het slechte weer hangt de bewolking heel erg laag en hoe meer we naar de top lopen, hoe slechter het zicht. Ik besluit halverwege de snelste weg naar beneden te nemen en dat is rennend vanaf de zijkant. Stijl! De duinen worden gecreëerd door de oosten,- en westenwind die met elkaar strijden over de stand van de duinkam. Het zand komt oorspronkelijk uit de Kalahari woestijn. Teruggekomen bij junior staat het ontbijt klaar wat we in de miezerregen gebruiken. Niet veel later breekt het wolkendek een beetje open en begrijpen nu waarom dit stukje ongelofelijk fotogeniek kan zijn met het rood van de duinen en het blauw van de lucht.
 
Een stuk verder gereden en heel wat Springbokjes gezien te hebben, gaan we een duinwandeling maken in Sossusvlei die Chief leidt. We volgen de voetsporen van een Oryx die we niet veel later in de ogen kijken. Een Oryx is een groot soort van hert met enorme horens op zijn kop. Hij heeft witte en zwarte poten, een brede streep horizontaal over zijn buik en de rest is grijs, zoals het landschap in de morgen is. We spotten nog een woestijnkever en gaan na wat beklimmingen weer terug. Voor we terug naar het kamp gaan om te douchen, tenten te pakken en te lunchen; nemen we nog een kijkje bij de Sesriem Canyon. Sesriem staat voor 'zes riemen' die er nodig waren door de Zuid Afrikanen om water uit de canyon te halen. De canyon is niet heel diep en we kunnen dan ook makkelijk naar beneden lopen om van de intense stilte (als iedereen zijn mond houd) en rondvliegende zwaluwen te genieten.
 
Namibië betekend: 'land van open plaatsen', zoals de lokaleNama mensen het noemen. De hobbelige weg van zand en stenen leidt ons nu precies langs deze open plaatsen. Ik heb nu echt het idee dat ik in Afrika ben. Gele landschappen met bergen en de (groene) Acacia bomen waar enorm grote vogelflats in zitten. Je ziet bijna de olifanten hier rondscharrelen. Beetje jammer dat die hier niet zijn... Hier zijn alleen de herkauwers en de roofdieren zoals de Jaguar en Jakhals die daar weer op jagen. Voor Springbokjes draaien we nu al niet meer om want die worden net zo standaard als koeien op Hollandse grond. Maar voor de Oryx komen de camera's nog wel naar buiten, imponerende beesten.
 
Bij Solitaire hebben we een stop om, zonder gein: vers appelgebak te eten. Er is niet veel in de buurt en Solitaire in het kleinste dorpje van Namibië die op het moment 92 mensen telt inclusief benzinestation, winkel en bakkerij. We laten ons graag verleiden en nemen naast de warme appeltaart een koffie. Een grote club KTM's staan buiten geparkeerd en eigenlijk benijd ik de motorbende wel een beetje. 'Hoe gaaf is dit (landschap) om op de motor te doen?' Mijn aandacht word snel van de motoren afgehaald als ik kleine 'wezeltjes' zie rennen. Dit zijn helemaal geen wezeltjes..., blijkt als ze achter op hun pootjes gaan staan en net boven het gras uitkijken: Stokstaartjes zijn het. Leuk!
 
Na 40 minuten rond-gehobbeld te hebben in junior, komen we aan bij onze camping/shelter van de nacht; Desert Shelter Cha-re. Een zware windvlaag blaast de eerste tent al van het veld. We hebben een schitterend uitzicht over een vallei met her en der wat bomen en in de verte bergen. De kampplaats is basis en het is koud...
Frans, de eigenaar van de camping en onze gids voor het eerst volgende uur, rijd ons in zijn open vrachtwagentje door de vallei. Hij verteld konings over zijn tijd met zijn grootvader die hem het overleven en jagen heeft bijgebracht. We krijgen een minicursus 'hoe overleef ik een ontmoeting met een leeuw' (handen boven je hoofd en tegen de leeuw gaan praten. Niet weg lopen of je rug toe keren maar wachten totdat de leeuw weg gaat. Als die dan is weggelopen en je ziet hem achter de bosjes weg kruipen, dan moet je nog even blijven staan want dan komt hij terug. Pas als je zeker weet dat hij echt weg is , dan kan je gerust weer verder lopen) en wat te doen als er een schorpioen over je voet scharrelt of een slang over je tenen glibbert. (Helemaal niets dus.. Dat is het dus, helemaal niets want als je beweegt of je wil het wegschoppen dan is de schorpioen of slang veel sneller met het toe dienen van gif) Bij groepsjagers zoals Jakhalzen of Coyotes; altijd in een groep blijven. Ze pakken degene die de groep verlaat..
 
Daarbij krijgen we les in het leven van de bosjesmannen/mensen. Zo moesten de mannen die wilde trouwen en een vrouw hadden uitgezocht, van de toekomstige schoonvader een Oryx doden. Die zijn met hun enorme spiesen van een gewei, één van de gevaarlijkste dieren om te jagen. Als de man de Oryx had gedood, sneed hij de staart af als bewijs en rende terug naar zijn stam om te bewijzen dat hij het had gedood. De bosjesmannen leefde als Nomaden en konden dus makkelijk hun spullen pakken om richting het eten te gaan. Ze moesten vaak haasten omdat er nog meer roofdieren op de loer lagen om de dode Oryx op te peuzelen. Als moeders niet alles mee konden nemen, moesten ze af en toe hun jongst geborene, altijd een meisje, achter laten. Jonge jongens moesten altijd mee want dat zouden jagers worden en dus voedselvoorzieners. De moeders mochten niet omkijken bij het achterlaten van hun kind en als er dan gegeten was en ze aan een kampvuur zaten, kregen ze altijd de plek waar de rook naar toe ging. Zo konden ze huilen (wat niet mocht) en zeggen dat het door de rook kwam.
 
In de jaren '80 waren in de vallei veel boeren die schapen hielden. de schapen werden niet gehouden voor de melk of de wol maar voor het super zachte vachtje van een pasgeboren lammetje. Als een lammetje 8 uur oud was (niet meer en niet minder) werd het geslacht om het meteen te villen. Het vel bracht bergen met geld op. Toen een stel fanatiekelingen (ik had erbij kunnen zijn) de hele dure jassen begonnen te bespuiten met rode verf, wilde de mensen ze niet meer. Ik ben de enige in het open truckje wat 'goed zo' zegt. 'Zijn ze helemaal belazerd; een lammetje van 8 uur oud vermoorden om het zachte vachtje?! Echt wie verzint zoets?!' Het recht heeft zege gevierd en alle schapen boeren gingen failliet. Het waren allemaal immigranten en na het fiasco vertrokken ze naar grote steden of een ander land.
 
Grote donderwolken pakken zich samen boven de vallei. We zijn ingepakt in dikke truien, windstoppers en sjaals. Frans heeft zoveel kennis en huppelt op blote voeten langs de pollen gras om een spinnenhol te zoeken. De spinnen maken een tunnel en hebben een steen of schelp als deur. Als een kever daar in komt word meteen zijn kop eraf gebeten en zijn lichaampje leeg gezogen.. Jakkes. We komen al blauwbekkend weer terug bij het kamp. Chief en 'mama' hebben het eten verzorgd en de bbq staat aan. Voor mij en één van de Engelsen word altijd apart eten gemaakt. Al met al, heel goed verzorgd, mag gezegd worden.
Een biertje bij het eten (in het donker) warmt niet genoeg op en samen met Franci die graag in haar schriftje de dagelijkse beslommeringen schrijft, gaan we naar het 'café', wat we dan wel weer wel hebben. De Engelsen zijn al weer bezig met 'zuipen'. Leuke mensen hoor maar ze hebben toch een hele andere drinkcultuur dan de Europeanen op het vaste land. John, Julie, Stijn, Jamal en Mariev, drinken braaf hun drankje.
We slaan het drankfestijn gade en kijken hoe de Engelsen de Canadese en Zwitser later op de avond bij hun drankspelletje betrekken.
 
Ik vertrek rond half 10 naar mijn tent. Met mijn mijnwerkerslampje op mijn hoofd kijk ik op, om en achter om te checken of ik geen reflecterende ogen van één of andere Hyena zie. Noop, ik word niet achtervolgd. Ik duik de tent in, check goed of de rits helemaal dicht zit zodat er geen slang in het midden van de nacht komt binnen geslopen..
 
1 april,
Solitaire - Swakopmund
 
.. Nou, het stille Canadese meisje is misschien wel 'stil water' maar heeft zeker diepe gronden. Gisteravond is het drinkgelag met de Engelsen nog enkele uren doorgegaan en dat heeft geleid naar een zoensessie van Mariev en Cheer. Volgens intimi dan.. Ik heb het nog niet geverifieerd met haar.
 
Navraag of iemand vanmorgen ook een hondachtige heeft horen huilen leid tot niets. Als we op tijd weer van onze kampeerplaats wegrijden, ziet Chief een Jakhals lopen. Ik heb nog nooit een wilde (of gedomesticeerde) Jakhals gezien dus ben blij dat ik een naam bij beestje krijg. Het lijkt op een heel klein vosje.
 
Het landschap is steen, rots en zand. Wijd uitgestrekte velden vol met losse keien en af en toe een graspol of struik. We stoppen op de Steenbokskeerkring om een foto te maken van het bord wat het aanduid. We staan precies tussen de zuidpool en de evenaar. Bij de volgende stop kijken we uit over het 'Maan landschap'. Een panorama van glooiende bergen van rood en bruin zand die zich eindeloos uitstrekt.
Ik ga op zoek naar mooie steentjes. Dat is mijn nieuwe hobby en dat is niet alleen omdat je hier gemakkelijk diamanten kan vinden. Ik vind een glasachtige steen met een kleurenprisma erin. Ik check bij de kenners van het land of ik nu echt een diamant heb gevonden... 'Ja', is het antwoord. Yeeeee, ik ben rijk! Waarschijnlijk gaat het hier natuurlijk om een heel, heel klein exemplaar (of een kwarts) en ben ik meer geld kwijt aan het slijpen van die steen, dan dat die daadwerkelijk waard is in Antwerpen. Maar maakt niet uit. Ik heb 'mijn' diamant in een tasje gedaan en zal hem heel goed bewaren. Alsof het mijn enige souvenir uit Namibië is.
 
We vertrekken weer voor eindeloze uitzichten op de horizon met alleen zand en steen. Alleen wat borden met 'niet betreden: Urananium' verstoren mijn uitzicht. (Uranium mijnen, hier heel ver vandaan) De weg is hobbelig en de laatste 250 km al niet meer geasfalteerd. Ik moet hoog nodig plassen maar hoezeer ik het landschap ook afspeur, geen bosje, rots of iets, om ook maar achter te schuilen. Als ik geen geduld meer kan opbrengen, ga ik mijn schaamte voorbij en vraag Chief te stoppen. Een plas achter de truck dan maar. 'In geen uur verkeer gezien... Zit ik daar keurig gehurkt.. Twee auto's... Je houd het niet voor mogelijk..'
 
Onderweg zien we nog mooie Berg-Zebra's met een jonkie en rijden we opeens onder in een gebergte waar de leistenen door enorme ondergrondse krachten diagonaal naar boven zijn gedrukt. Een heel woest landschap, heel mooi.
 
Als we de Atlantische oceaan naderen, zien we als eerst in deze 'beschaving' het vliegveld van Walvis Bay. De zandweg word meteen omgeruild voor asfalt en de aangeplante palmbomen staan groen om de 50 meter van elkaar. Dat het hier ook flink geregend heeft merken we al snel als we door een aantal straten rijden die blank staan. En dan.. Niets Afrikaans meer...We rijden de villawijk van Walvis Bay binnen. Grote huizen met enorme glazen puien en onder architectuur gebouwde villa's domineren de kustlijn. We komen voor de honderden flamingo's die op het strand hun roze dieet bij elkaar staan te scharrelen maar we zijn meer onder de indruk van de bebouwing. Dit is iets wat we niet hadden verwacht na een aantal dagen in de woestijn te hebben gezworven. Het lijkt gewoon op een oase.. We snappen er niets van.
Over het algemeen zijn het huizen van de Zuid Afrikanen met geld. Zoals wij naar Spanje of Frankrijk gaan, zo gaan de zuiderburen hier naar het rustige Namibië.
 
Rond de lunch worden we gedropt bij een activiteiten club waar we een video krijgen van 'dingen te doen'. Skydiven, sandboarden, quadbiking, senic flights, dolfijnen cruise... Er is van alles mogelijk. Ik hou mijn zuurverdiende centen nog even in mijn zak en ga meehelpen met de lunch.
 
Na een gezonde sandwich komen we aan bij ons guesthouse Amunpuri in de stad Swakopmund. Zo 'primitief' als we afgelopen nacht in de kou(!) hebben geslapen, zo luxe slapen we nu in 2-persoonskamers inclusief eigen badkamer met heet water. Dat camperen valt me echt honderd procent mee. Ik durfde 'bijna' hardop te zeggen dat ik het leuk vond, totdat het ging regenen.. Toen bedacht ik me dat ik camperen daarom niet leuk vond. De keren (op één hand te tellen) dat ik heb gecampeerd was het gewoon altijd slecht weer, helemaal niets aan.. En nu kan ik 'bijna' zeggen dat er een beetje teleurstelling is omdat we nu 'minder avontuur' hebben. Slapen in een luxe kamer kan altijd. Het in de buitenlucht zijn, geeft juist heel de sfeer mee die je in zo'n tocht wil hebben. Althans, dat is mijn mening. Daarnaast bied de luxe nu wel de mogelijkheid om de tas te her-schikken en een wasje te doen.
 
Met een clubje mensen gaan we deze Duitse stad eens even verkennen. De gebouwen en torens zijn allemaal in Bavaria stijl gebouwd. Overal staan Duitse namen op de wanden en we belanden dan ook bij het strand in café Anton waar we allen 'kaffee und kuche' halen; cappuccino en cheesecake.. Hop, weg avontuur.. We zitten weer helemaal in de beschaving..
We wandelen langs het strand, lopen over de pier en gaan in de avond in een echt Duits restaurant eten, bediend door een norse Duitse met de slechtste Sauvignon Blanc ooit gedronken.
 
Na het eten gaan we nog een klein drankje doen in de toeristen hotspot van de stad. Ik behoor bij de eerste helft van de club die naar huis gaat. Canadeesje, Zwitser, Chief en de Engelsen jongens blijven nog even feesten.
 
2 april,
Swakopmund
 
Stout stout Canadeesje.. Naast twee Engelsen wakker geworden. Verder geen noemenswaardige dingen gebeurt behalve dan dat ze haar jas en tas die avond in de hotspot is vergeten. Later wel terug gevonden.. Al het geld eruit. De passen zaten er nog in. Stijn werpt zich op als reddende engel en gaat dingen voor haar regelen. Haar oma ligt ook al niet goed en Mariev wil daarom eerder naar huis. Het vliegticket moet aangepast worden en gelukkig komen daar Stijn zijn contacten goed van pas. Hij belt met een oud collega van KLM om het ticket om te boeken. Inmiddels is het banksaldo van de Canadese gecheckt. Helaas is niet alleen cash verdwenen maar is er meteen 2000 dollar van haar rekening gehaald.. Oeps. Het arme meisje in tranen. Met een betaling van 200 euro is haar vliegticket aangepast. 'Soms zou je jonge mensen tegen zichzelf in bescherming moeten nemen. Veel drinken, geld en bankpassen op zak.. en dan naar de kroeg is natuurlijk vragen om problemen. Voor haar helaas een les om achteraf te leren.'
 
Een andere groep die samen met ons een aantal nachten verblijft in het guesthouse, doen de omgekeerde route. Ze komen van Spitzkoppe waar wij morgen naar toe gaan. Chief verteld ons het verhaal dat één van de jongens die in die groep zat, was gaan klimmen op de rotsen maar niet (goed genoeg) had geluisterd naar de veiligheids instructies.. Gevallen.. Dood...
Is niet echt goed voor de moraal. Heel sneu natuurlijk.
 
Deze dag is voor mij alleen. De meeste van onze groep zijn gaan quadbiken. De één is daar wat beter in dan de ander.. De Braziliaan Ricardo is tijdens het rijden van zijn quad gelazerd en heeft een beurse heup. Stijn is helemaal hyper en super zenuwachtig over zijn tandemsprong uit het vliegtuig om drie uur. We gaan in de middag nog even naar de supermarkt voor een broodje en wat beleg. 'Als ooit nog een keer iemand tegen me zegt dat ik mijn bord moet leeg eten omdat de kindjes in Afrika geen eten hebben... vraag ik toch eerste even welk land ze dan precies bedoelen..' Namibië heeft maar 2.1 miljoen inwoners (alleen Mongolië heeft er minder) maar de winkels zijn afgeladen met eten, drinken, luxe artikelen en speelgoed, of je in een Hypermarche in Frankrijk loopt.
 
Met onze vers afgebakken broodjes, Mariakaakjes en Goudakaas gaan we weer terug naar het guesthouse. We lopen door een straat met een winkel die doodskisten in de etalage heeft staan. ..Net een uurtje voordat Stijn zijn sprong gaat wagen waar hij zo heerlijk zenuwachtig voor is.. 'Nou, als dat geen hint is,' zeg ik tegen hem. Is hij niet zo blij mee..
 
Dat hij zich goed heeft druk gemaakt blijkt achteraf wel... De kracht waarmee hij en zijn begeleider naar boven werden getrokken bij het openen van zijn parachuut, zorgde voor te weinig bloed in zijn hoofd en verloor daardoor het bewustzijn in de lucht. (voor een paar seconde..)
 
In de avond gaan we eten bij de Italiaan.. We hebben afscheid genomen van de Engelsen. Zij hebben een auto gehuurd en gaan via Windhoek naar het Etosha national park. Waarschijnlijk komen we ze daar weer even tegen. We worden geïntroduceerd aan twee nieuwe gasten: Duitsers uiteraard. Mirjam en Christina. Christina zit op de NHTV in Breda.. de wereld kan zo klein zijn.
 
3 april,
Swakopmund - Spitzkoppe
 
Junior heeft een tl-balk aan de zijkant en die moet vervangen worden voordat we gaan camperen in de bush bush. Rond half 11 rijden we het bewolkte Swakopmund uit en rijden we richting de schitterende blauwe lucht. We maken een stop bij wat kraampjes die mooie edelstenen verkopen. Ik kan dan inmiddels fan zijn van al die gekleurde kralen die hier te vinden zijn, ze daadwerkelijk 'kopen' is een ander verhaal. Dat laat ik mooi aan andere over. Mijn fanatisme omtrent mijn nieuwe hobby is de meeste niet ontgaan en ze vragen dan ook verbaast of ik echt niets heb gekocht.
 
De route vandaag is maar kort en we zijn rond de lunch dan ook op onze plek. We zijn aangekomen bij Spitzkoppe, een schitterend gesteente in de het midden van niets. Het word ook wel 'de Matterhorn van Namibië' genoemd. De rotsen bestaan geheel uit graniet en zouden 700 miljoen jaar oud zijn. Het hoogste punt van de Spitzkoppe zelf is 1784 meter. De 'kleine' Spitzkoppe is 1584 meter. Het geheel strekt zich uit naar de Pontok bergen. Als we hebben gelunched in de schaduw van de bomen, wachten we tot vier uur, dat het iets is afgekoeld. Onze gebeden zijn verhoord, we hebben eindelijk woestijn weer: heet en droog. Ik heb een matrasje onder de acacia gelegd. In de boom is een parasiet struik die nu juist de bloemen draagt waar de kolibrie vogel gek op is. Al snel heb ik er een paar in het vizier. Foto's ervan nemen is alleen voor de heel geduldige. Naast de kolibrie zie ik ook geel-borstjes en zwart met witte vogels die een oranje streep bij de vleugels hebben.
 
Met de groep gaan we een wandeling maken naar een grote rotspartij. Er moet wat klim,- en klauterwerk voor worden gedaan om bovenaan te komen. Op veler verzoek word geroepen dat niemand mag vallen of doodgaan; dat zou de vakantie voor iedereen wel een 'beetje' verpesten..
Boven in de rotsen zit een kolonie Dassies die met hun speciale pootjes bijna verticaal kunnen lopen en ze springen zonder moeite een meter verder. .. Ze zijn maar 25 cm lang en ongeveer 10 cm hoog.
 
Bij terugkeer kan iedereen weer even rusten voordat de meeste weer een kleine klim gaan doen om de zonsondergang vanaf een rots gaan bekijken. De kleuren zijn schitterend fel en laten de rood bruine kleur van de rotsen nog beter uitkomen. De camping, als je het zo mag noemen, is niet meer dan een standplaats voor de truck en tenten. De toiletten worden hier 'longdrops' genoemd. Het is niet meer dan drie rieten wandjes met een plastic toilet pot in het midden. Het gat in het toilet heeft ongeveer een diameter van 12 cm en doorspoelen kan niet want er is geen water. De truck heeft een watervoorraad in wat drums die onder het chassis hangen. Hier halen we het water voor het koken en het afwassen vandaan. De toetendoeken en 'wassen zonder zeep' flaconnetjes zijn voor dit soort dingen dus uitgevonden.
 
Nodeloos om te zeggen dat er ook geen elektra is. De zaklampjes worden tevoorschijn gehaald om de op vuur gegrilde snoek te fileren. De afwas word gedaan bij de tl- balk aan de zijkant van junior. Maar als alle klusjes zijn gedaan, gaat het licht uit. En dat resulteert in de beste avondvoorstelling: de sterrenhemel met een ge-wel-dige Melkweg. Zo mooi!
Als sterrenkijkers zitten we als een stel wezenloze met onze hoofd naar achteren gebogen naar boven te kijken. Dit is de romantiek van de woestijn; geen lichtbundels van lantaarns, huizen of auto's. Helemaal puur. Geen elektra, geen gezoem, geen geluid. Alleen dan van de jolige onder ons..
 
4 april,
Spitzkoppe - Himba tribe-camp | Kamanjab
 
De hemel is pastel roze en blauw als we bij de 'slapende olifant rots' ons ontbijt nuttigen. Vandaag hebben we heerlijke warme tarwe pap bij het ontbijt.
Er is geen douche, dus na het ontwaken in het aankleden, tent afbreken, ontbijten en junior inruimen met tafels, stoelen, tenten, stokken en gaan de matrassen weer in de bakken op het dak. Met de 340 km voor de boeg, zie ik het landschap erg veranderen. De rest van de groep ligt allemaal te slapen. (Zo zonde! Zo mis je de hele transformatie van woestijn naar volledige vegetatie..) Het heeft hier de afgelopen dagen ook flink geregend dus ik kan in het begin niet goed opmaken of het vers groene gras en de gele bloemen komen door het vele water wat is gevallen of dat we echt gewoon een heel ander gebied in gaan. Uiteindelijk blijkt dat het een combinatie is.
 
We zijn inderdaad uit de woestijn. De bomen en struiken die eerst maar sporadisch te zien waren, gaan steeds dichter op elkaar staan. Het landschap gaat van duinzicht naar volle begroeiing. Er steken weer wat struisvogels over en later komen we gehoede, geiten en koeien tegen. Ik zie 'Timon' het stokstaartje in allerhaast weg schieten. Grote termietenheuvels staan als rode hoogbouw in het landschap, een groep vogels met lange staarten vliegen over de truck. We maken een stop bij een overdekt golfplaten winkeltje aan de weg. Drie dames van het Herero stam staan gekleed in deftige Victoriaanse jurken, waar ze zo bekend om staan. Eerst zijn ze voor de eerste Wereldoorlog bijna uitgeroeid door de Duitsers die hier domineerde en daarna namen ze de 'opgelegde' kledingstijl van hun onderdrukkers over. De Duitsers hadden het er in de tijd moeilijk mee dat het Herero stam en dan vooral de vrouwen er halfnaakt bij liepen. Nu houden ze de meerlaagse baljurken met hoge taile in ere. Het word afgemaakt met een hoofddeksel in dezelfde stof die wat weg heeft van een toreador muts.
Als sommige wat armbandjes, kettinkjes en mini poppetjes van het Herero stam hebben gekocht, gaan we richting ons eindpunt van vandaag; de Himba's.
 
Aangekomen bij onze camping, op het zelfde grondgebied als dat van het stam, maken we graag gebruik van het warme water in de openlucht. De douches staan in de openlucht en er staat voor 3/4de een rieten wandje omheen. Als er dus iemand langs komt gelopen, sta je mooi in de kijker. Mocht dat zo zijn, dan zijn we die schaamte ook weer voorbij. Hoeven we daar geen boze dromen meer over te hebben. Maar iedereen houd rekening met elkaars privacy en zo is iedereen na een gezamenlijke lunch in de snik hete zon en het opzetten van de tent klaar voor de tour.
 
We worden om vier uur opgehaald door een goed sprekende Himba jongen die ons alles gaat vertellen over zijn stam. Voordat we het 'dorp' in gaan, leren we de basis woorden: moro: hallo | pera-vie: hoe gaat het | mawa: goed, met de bijbehorende handdruk. We worden onderwezen hoe het dorp is opgezet door een stel, waarvan zij leukemie had en daardoor richting bewoonde wereld moest (genezen) om weeskinderen op te vangen. In het dorp leven ongeveer 9 mannen, 15 vrouwen en 39 kinderen. Sommige ervan gaan naar school maar het merendeel wil dat niet omdat ze hun cultuur niet willen verliezen (en geen schooluniform aan willen en je kan niet halfnaakt naar school..)
 
Het dorp is opgezet als cirkel. In het midden is een afgebakende wei voor de koeien en geiten, dit om ze te beschermen tegen wilde dieren. Voor de opening van die wei is de ronde hut van de leider. Daartussen in is de 'heilige' lijn met het heilige vuur; een kampvuurtje wat altijd brand. Als je bent uitgenodigd in het dorp, mag je niet tussen de wei en de huisjes lopen en zeker niet over de heilige lijn stappen. Achter de ronde hutjes lopen (gemaakt van takken en geplamuurd met koeienpoep en rood zand) als vreemde mag wel. Wij zijn uitgenodigd door onze gids en mogen dus overal komen. De Himba en de Herero stammen van hetzelfde soort en komen eigenlijk uit Angola. De Herero's (die de Victoriaanse kleding dragen) zijn vanuit Angola, Namibië binnen getrokken en hebben zich meer richten het oosten gevestigd. De Himba's hebben zich in het westen gevestigd. Ze leven daar nog steeds semi-nomadisch. Waar we nu zijn is meer een oplucht museum en zien we gewoon hoe de originele mensen leefde.
 
Waar de Himba's het bekendst om staan, is de haardracht. Het haar is ingevlochten in lange strengen en er is daarna rode aarde omheen geweven. Onderaan de 'extentions' hangen ronde bolle met zwart pluizig haar. De dames dragen alleen koeien,- en geitenleren rokjes. Om hun enkels hebben ze zilveren-kralen banden. Tenzij ze nog geen kinderen hebben: 1 enkelband betekend; 1 kind. 2 enkelbanden betekend: 2 kinderen of meer. De kinderen die hier dus (halfnaakt) rondhuppelen (in de geitenkeutels) zijn dus van de dames, ze zijn te onderscheiden aan het drinken aan de borst.. de weesjes zijn grotendeels kinderen van aan Aids overleden ouders. De jongetjes zijn bijna kaal. De meisjes hebben een eilandje haar bovenop de kruin met 1 of 2 vlechtjes. Als ze in de pubertijd, vrouw zijn geworden, dan mogen ze de vlechten naar achteren dragen en worden deze ook ingevlochten en voorzien van een rode aarde laag.
 
De vrouwen wassen zich doormiddelen van rook. In hun hut die ze delen met hun man (en kinderen) maken ze een klein vuurtje en 'roken' ze de huid schoon. Als ze gaan zweten, zijn ze klaar. Om ons een idee te geven hoe dit er daadwerkelijk uit ziet, word de knapste dame van het dorp voor een demonstratie gevraagd. Al voordat de dame begint te stoken, doe ik een stapje naar buiten, snikheet in die tent. We zijn aan het einde van onze leerschool gekomen en worden gevraagd nog wat sieraden en dergelijke te kopen; alles voor het goede doel. De helft van de groep besluit te investeren in de kleine snotneusjes.
 
We bedanken de gids en net voor het donker zijn we terug om gezamenlijk onder de sterrenhemel een hapje te eten. De mijnwerkerlampjes blijven bij de hand om niet per ongeluk op een zwarte Mamba of schorpioen te gaan staan. De enige getuige die we hebben van onze aanwezigheid (afgezien van de langs scharrelende geiten en parel hoenen aka bush chickens) is een duizendpoot van 20 cm lang. Even lijkt het erop dat die richting onze tent scharrelt maar al snel heeft hij zich als een drolletje opgerold en ligt onder een boom. Chief verteld ons tijdens onze vaste meeting na het diner, bij een kampvuur, wat het plan is voor morgen. Morgen gaan we diertjes kijken in Namibies bekendste natuurpark: Etosha.
 
5 april,
Kamanjab - Etosha nationaal park
 
'In the jungle, the mighty jungle, the lion sleeps tonight'
Ons 'TIA man - TIA!!: this is Afrika- liedje, word zeker 1x per dag gedraaid en dat is voldoende aangezien het de rest van de dag automatisch in je hoofd blijft zitten.
 
Om kwart voor 8 zitten we allemaal met een pannenkoekje in onze buik in junior. Klaar om de 280 kilometer naar Etosha te rijden. Hier hopen we iniedergeval leeuwen te zien... Er kan ons iniedergeval voor 100% gegarandeerd worden dat we Springbokken gaan zien. Het is nog geen half negen in de morgen en ik heb ze al gespot, de Springboks dan. Ook Pumba (van Timon & Pumba) het zwarte wrattenzwijn met slagtanden heb ik al drie keer in de bebossing zien scharrelen. Meestal in het gezelschap van wat koeien. Een heel klein hert, helemaal bruin, geen Springbok, heb ik zien lopen. Om half 10 maken we even een stop in (wederom) een Duits dorp; Outjo. Bij de bakkerij halen we 'kaffee und kuche' en genieten we van de ochtendzon.
 
Niet veel later vertrekken we weer om de laatste 150 km naar Etosha af te leggen, wat de afgelopen jaren van 80.000 vierkante meter is geminimaliseerd naar 22.912 m2. Vroeger konden de dieren makkelijk oversteken naar de Okovango Delta in Botswana maar door geplaatste hekken van de boeren, is dat helaas niet meer mogelijk..
10 uur: Twee giraffen!! Yeeee! Zomaar in het wild!
 
En dan komen we Etosho (grote witte plaats, genoemd naar de in het midden gelegen zoutpan) binnen. We hebben drie kwartier de tijd om bij een 'waterhole' in Okaukuejo te kijken; een drinkplaats voor de dieren. Het is één groot feest! Oryxen (Gemsbok), Springboks, (steppen)zebra's en impala's, (de laatste zijn de kleintjes die ik gisteren ook al had gezien) staan rond het meertje te drinken. Ahoewel ze zo'n 100 meter van ons vandaan staan en wij achter een opgemetseld muurtje met hekken ervoor moeten staan, moeten we toch fluisteren. Niemand wil deze ontmoeting verstoren.
 
We zijn rond de afgesproken tijd weer terug om mee te helpen met de lunch. We zitten in een resort- camping en hebben de tafels en stoelen weer buiten staan. Na wederom een heerlijke salade lunch, gaan we de boel in het 'luxe leven' eens verkennen. Het resort beschikt over een restaurant en een zwembad. Gegeten hebben we al, dus we gaan lekker aan het zwembad liggen. 'Het leven kan zo slecht nog niet zijn..'
 
Om half drie moeten we ons weer melden voor onze 'safari'. De overnachtingplaats Halali, die ook in het park ligt, maar een stuk verderop, zullen we dan rond kwart voor zeven in de avond bereiken. Tussen zonsondergang en opgang mag je namelijk het park niet in. De gedeeltes waar de mensen verblijven op bijvoorbeeld campings of in huisjes, zijn afgesloten met hekken. Kortom tussen 7 uur s'avonds en 7 uur s'ochtends, is het park écht alleen van de dieren en de resorts écht alleen voor de mensen.
 
Tot die tijd hebben we dus om rond te rijden in de Beekse Bergen. Want zo voelt het wel een beetje, al is het park groter dan de landen Israel of Belize. Afgekoeld bij het zwembad gaan we weer op weg: rondscharrelende Parelhoentjes (bush chicken) zien we als eerste. Dan heel veel Springboks, bijna zoveel (er zijn er meer dan mensen in het land wonen) dat het saai word. We zien impala's lopen, samen met de steppen zebra. Die lopen vaak bij elkaar en beschermen elkaar tegen de vleeseters. Heel ver in de verte zien we grote grijze stenen die bewegen: olifanten! Maar echt heel ver weg.
 
Een koppie steekt opeens boven de bomen uit: een giraf! Helemaal in zijn eentje, eet hij de bladeren van de bomen en kijkt nieuwsgierig onze kant uit. Het moet onze geluksdag zijn want binnen korte tijd zien we twee leeuwen in schaduw van een boom liggen. Je zou er zo aan voorbij rijden, het is dat er een andere auto geparkeerd staat.
We gaan verder op onderzoek uit. Een kleine jakhals of zoals hij origineel heet: een zwart gerugde jakhals. In de truck circuleert een boekje rond van het Etosha park met daarin afbeeldingen en namen van de dieren. Aangezien alles in het Duits en in het Engels is, weet ik niet altijd de Nederlandse naam. Ik hou de namen aan die we intern in de groep gebruiken. De Duitsers noemen de dieren vaak bij naam in hun eigen taal en dat komt ook vaak overeen met de Hollandse benaming. Zo is het Wildebeest ook een gnoe. En zo heet ik Adele maar word ik door über-schattige Rosie vanaf het begin af aan Anna genoemd mét de Duitse tongval wel te verstaan. Stijn noemt me weleens Tamara om dat het zo ongelofelijk Hollands klinkt. Daar heb ik maar even een einde gemaakt, want ik ben absoluut geen Tamara..
 
De gnoe dus.. Die hier ook in grote getallen rondwandelt. Grote en kleine exemplaren, allemaal niet zo heel knap. Aan de grote migratie doen ze hier niet. Daarvoor moeten we op de Serengeti zijn. We zien nog een jakhals lopen, hij loopt mank. Zeker bij de jacht gewond geraakt. Tussen de vegetatie die nu bestaat uit kleine struikjes en wat gras pollen loopt een grote Kori Basterd. Een grote vogel die wat weg heeft van een gans. Op een wijduitgestrekt gras landschap lopen de Oryxen (Gemsbokken), springbokken en zebra's door elkaar heen.
 
Er staat een zebra dicht bij de weg en heeft zichtbaar pijn. Ze heeft drie hele grote striemen op d'r flank en bij haar rechtervoorpoot ontbreekt een groot stuk vacht. Het vel is donker en rode bloedvloeken geven aan dat ze nog niet zo heel lang geleden is aangevallen, waarschijnlijk door een leeuw. Chief verteld dat ze is getraumatiseerd maar dat ze wel op zal knappen en in de kudde zal blijven lopen. De zebra kijkt heel verdrietig en aan het bewegen van haar neus en lippen zie je dat ze pijn heeft. Het enthousiasme wat ik net had om al die wilde beestjes te zien is nu ver te zoeken. Ik ben in één klap weer terug in de realiteit. De wildernis is niet altijd leuk.. Zielig hoor die zebra. Ik ben ook geen kind van vier meer en ik weet ook wel dat die mooie katachtige moeten eten maar als je dat hoge aaibaarheids-factor eten in de vorm van gestroomlijnde impala's, springbokken en mijn favo: zebra's ziet lopen, is het opeens niet meer eerlijk.
 
Nog zoiets oneerlijks: stropen. Volgens Chief gebeurt dat (gelukkig) niet in Etosha. Als we even later een zwarte neushoorn in de bossen zien scharrelen snap je ook gewoon niet dat dit zulke gewilde dieren zijn. Een stuk verderop loopt er nog een exemplaar rond bij een drinkput. Junior maakt teveel lawaai en neushoorns zijn heel verlegen. Hij zet het dan ook op een lopen maar houd gelukkig stand, zodat we nog van zijn aanwezigheid kunnen genieten. Hoe zwaar een neushoorn dan ook wel is, het lijkt net of hij 'dribbelt' en luchtkussentjes onder zijn poten heeft.
 
We zien tot twee keer toe een kudde olifanten met kleintjes! De eerste groep is wat verder weg maar heel aandoenlijk. Dan zien we een tweede groep. Die lopen in lijn achter elkaar. De kleine olifantjes houden nog net niet de staart van hun moeder of tante vast. Een ontmoeting met een hele grote oude olifant volgt. Hij is lekker aan het grazen en vind onze aanwezigheid niet erg. Hij is welgeteld minder dan 10 meter van ons vandaan. We fluisteren dus ook maar heel stil, zodat we hem niet storen. Volgens Chief is deze mannetjes olifant al 50 jaar oud.
 
We gaan richting ons slaapplaats voor vanavond; Halali. Hier is ook een drinkplaats voor de dieren dus Franci en ik zetten in een recordtempo de tent op (we hebben hem als laatste uit de truck maar hebben hem als eerste klaar) zodat we meteen een mars inzetten om te kijken of er dieren zijn. De zon is bijna onder en in de struiken zien we een grijze bol. Moeilijk om te zien of het hier nu gaat om wederom een neushoorn of een steen. Na het eten ga ik nog een keer kijken maar er is niets. Andere mensen hebben wel een neushoorn met een kleintje gezien.. Jammer, gemist. Die steen zal dus wel die neushoorn zijn geweest.
  
6 april,
Etosha nationaal park
 
Wat een grap!
Vertel ik eergisteren tegen Gisela dat ze haar tent niet meer bij een afvalbak moet zetten (net of ik verstand van kamperen heb, maar die logica heb ik nog wel) omdat de afvalbak dieren aantrekt, heeft ze vannacht bezoek gehad van drie Honey badgers (stinkdieren). Toch die tent te dicht bij een prullenbak gezet. Ik dacht nog in het midden van de nacht: 'netjes zeg, dat het kampbeheer de prullenbakken leeg maakt', blijken het die zwarte dassen te zijn. Later hoorde ik 'sjoe sjoe'. Ik ging rechtop op mijn matrasje zitten en keek door het gaas van de deur heen: zie ik drie van die beestjes rennen en Gisela erachter met een handdoek om ze weg te jagen. Te grappig.
 
In de morgen vraag ik aan haar of ze leuk gezelschap had; probeerde die stinkdiertjes onder haar tent te komen. 'Dan schrik je je toch helemaal lam.. Lig je daar in een natuurpark, overal wild om je heen, de giftigste slangen van het continent in de buurt, gaat de bodem van je tent in één keer omhoog..' Jikkes.
 
Het is weer vroeg dag. In het donker halen we de tenten weer omlaag, stoppen ze weer in de canvas tassen en leggen ze in de bakken onder de truck. De poorten van het park gaan om zeven uur open en we staan dan ook braaf om 10 voor zeven voor de gesloten deur te wachten. Aan enthousiasme ligt het niet, dat is er voldoende. Iedereen is bereid om mee te helpen en niemand vertraagd het ritme wat we hebben. Dat is best fijn als je drie weken lang moet 'samen werken'.
Goed, we hebben weer een lijst af te werken. De volledige '5' van de Big5 kunnen we niet afwerken want de waterbuffel is hier niet. Daar heb je namelijk veel water voor nodig en aangezien het park voor één vierde uit een zoutpan bestaat, kleine kans. De olifant, de leeuw en de neushoorn hebben we al gespot. Nu nog het luipaard. Verder dan wat leeuwen hebben we nog geen katachtige gezien en ik zet mijn gefocuste blik dan ook op de brede takken van de bomen, waar ze nog wel eens op kunnen liggen.
 
De eerste grazers voor vandaag: springbok (de miljoenste, is denk ik al gepasseerd), de impala, het rode hartenbeest met een gewei in de vorm van een hart en gnoes. De Kori Basterd domineert als grote vogel op de steppe. De Korhaan is ook een groot exemplaar van de gevogelte familie die we vaak zien rond lopen. In een boom zien we een schitterend gekleurde 'Lilac breasted roller'. Voor mij een onbekende vogeltje met een ongekend mooi kleuren kleed. Tussendoor lijk ik een IJsvogel of Kingfisher te zien maar zijn die hier wel? Ik check de Etosha brochure en inderdaad, ze komen hier voor. Ben ik toch nog een beetje een vogelaar.. Een Secretary bird, (zou echt niet weten hoe die in het Nederlands heet..) is een andere vogel die er rond loopt. Hij staat bekend om met zijn grote klauwen in een noodvaart, slangen van de grond te pikken.
 
De grotere dieren laten meer op zich wachten vandaag. Alhoewel we onze eerste neushoorn al om 08.23 uur in de morgen hebben gezien. Twee hele grappige giraffen die lijken op een Siamese tweeling, staan samen ons een beetje slungelig aan te komen. Een kudde olifanten trekt weer voorbij en net voor de lunch zie we een mannetjes leeuw in de schaduw van een Acacia liggen. Springbokjes, gnoes en zebra's trekken aan hem voorbij als een 'lopend buffet'. De dieren zien hem wel en houden hem in de gaten maar ze zijn niet van plan iets aan hun koers aan te passen om bij het nabijgelegen water te komen. Soms vraag je je toch af of die dieren echt geen gevaar zien.
 
Rond één uur zijn we terug op de plek waar we gisteren hebben gelunched. Nu zetten we de tenten op en helpen Syma ('mama') met de lunch. Onze staanplaats beschikt over een geheel af te sluiten keuken en de toiletten en douches zijn in een keurig gebouw geplaatst. De witte wasbakken op het cementen blad, kunnen zo in een woonblad. Na de lunch zijn we 'vrij' om te doen wat we willen. De jeugd (waaronder ik me nog steeds schaar) vertrekt meteen linea recta naar het zwembad. Heerlijk verkoelend want de Afrikaanse zon brand als een oven.
 
Voor de liefhebbers is er nog een tour om vier uur. De helft van de groep meld zich, de andere helft blijft aan het zwembad liggen. Ik behoor bij de hardcore club, die koste wat het kost nog meer springbokken en zebra's wil zien.. En dat doen we want grote dieren komen we bijna niet tegen. Nog wel een heel klein Steenbokje. Ienimini vergeleken bij de andere gehoornde dieren. Ik had altijd in gedachten dat het een groot stoer beest was, maar het is een klein tenger, licht bruin hertje met kleine hoorntjes maar hele grote ogen. Een Southern yellow-billed hornbill of 'flying banana, zoals die in de wandelgangen heet, lijkt een beetje op een toekan maar dan in het klein en minder kleurig. Helaas, als we om half zeven terug zijn, hebben we geen katachtige kunnen spotten. We zien al wel de jakhalzen over het kamp terrein lopen. Ze komen tijdens het eten dan ook vervaarlijk dichtbij en proberen de vuilniszakken al uit de bakken te slopen. Bruine grond-eekhoorns zorgen dat ze weg zijn als de vosjes, want daar lijken de jakhalzen het meest op, in de buurt zijn.
 
Na een koud biertje bij de bar gehaald te hebben en me vervolgens aan tafel bescheurt te hebben over iemand die zijn volle bord eten over zijn eigen schoot kiept: waterhole. Even kijken of er nog diertjes zijn die dorst hebben. Ja! Een grote neushoorn staat een beetje schuw bij het meertje te twijfelen. Met de grootste moeite krijg ik een beetje een duidelijke foto van het grijze gevaarte. Uiteindelijk komt hij toch heel dichtbij en doet zich te goed aan het water en ik was dichtbij en heb hem heel groot op de foto.
 
7 april,
Etosha nationaal park - Windhoek
 
Voor het ontbijt nog even snel naar de drinkplaats, om te kijken wat er rond scharrelt. Vannacht van allerlei geluiden
 gehoord van 'lachende' heyanas tot brullende leeuwen, balkende zebra's (Ik weet niet of een zebra balkt als een ezel of hinnikt als een paard maar het klinkt als balken) en de prullenbakken werden leeggehaald door de jakhalzen. Bij de drinkplaats zijn mijn favorieten; de zebra's. Een jakhals rent er rond en een kudde parelhoenen komen aangescharreld. Die hoentjes zijn zo grappig, ze zouden zo de hoofdrol in een animatie van Pixar kunnen vertolken.
 
We zijn nog maar kort onderweg of Günter spot twee leeuwen. We rijden 100 meter achteruit om dichterbij te komen. Maar
dan ziet Chief, Cheetah's oversteken. Iedereen in de truck staat met zijn neus tegen het voorste raam om ze te zien. Junior zet een spurt in en we houden ons allemaal staande. Niemand wil iets missen van dit dier wat we nog niet hebben gezien. Helaas is de Cheetah niet echt onder de indruk van onze aanwezigheid en loopt op het gemakje het struikgewas weer in. Zijn zwarte puntje van zijn staart rustig achter zich aan slingerend. De 40-jarige duitser (ik noem even geen namen) die geen camera bij zich heeft (?!) wil ook graag door het open raampje kijken (waarom?) en staat behoorlijk in de weg als ik een foto door dat zelfde raampje wil nemen. Hoogst geïrriteerd ben ik.. Snap sowieso niet waarom je gewoon GEEN fototoestel meeneemt op zo'n reis. Laatst zei ze nog dat ze zo vergeetachtig was... Dan neem je toch helemaal een camera mee als je Alzheimer hebt..!? Ik zal hier wel te dom voor zijn. Snap dat helemaal mens gewoon niet. Het zal aan mij liggen.
Ik kan net één foto maken van deze hele knappe poes voordat we weer terug rijden naar de leeuwen. De leeuwen zijn verliefd.. Ze draaien om elkaar heen, lopen een stukje, vallen neer, vechten even en dan blijven ze liggen. Ze kijken naar elkaar, naar ons, geeuwen en genieten van elkaars aanwezigheid. Wij zitten allen leunend over de stoelen verliefd mee te kijken naar dit stel wat zo'n 50 meter verderop ligt.
 
Ok, dan is het echt tijd om het dierenkoninkrijk te verlaten. We hebben 550 km voor de boeg naar windhoek en op zijn zacht gezegd; willen we daar allemaal zo snel mogelijk zijn om in het zwembad te springen. Vannacht slapen we weer in 'echte' bedden in Arebbusch Lodge in de hoofdstad.
Daar aangekomen krijgen we een tour door de stad en worden we voor een uur achtergelaten om wat rond te dolen. Niemand heeft er zin in. Wie wil er nu naar een kerk kijken als je net bent verwend met leeuwen en een cheetah? Niemand toch? Chief is streng en komt ons pas na een uur weer ophalen. Dan maar wat foto's maken van de Duitse kerk (mooi hoor, tussen de paarse bourgonvilla) en het park wat er tegenover ligt.
 
Aangekomen bij de Lodge, is het eerste wat ik doe: de internetcode voor de wifi vragen. Ik kan echt makkelijk een week zonder tv. Wie staat er nu op te wachten dat noord Korea en de VS in oorlog met elkaar gaan en dit te volgen op CNN? Ik heb ook geen problemen met die Canvas muurtjes van de tent, waar alles door hoort. Geen probleem met koude douches, dunne matrasjes terwijl mijn rug geen 16 meer is of mensen die in de ochtend tegen me praten... Maar internet... Daar kan ik echt niet zo lang zonder. Gelukkig is het er.
 
8 april,
Windhoek | Namibië - Ghanzi | Botswana
 
Onze 'honeymoon suite'; Thomas en Silvia hebben ons verlaten. Zij gaan terug naar Duitsland, hun tweede huwelijksreis is tot een eind gekomen. Misschien horen we nog eens of er op deze trip een 'liefdesbaby' is gemaakt.
'Mama' Syma heeft ons gistermiddag achter gelaten maar gelukkig is ze er weer. Ze heeft in haar eigen bed geslapen en haar familie weer gezien. We hoeven nog helemaal geen afscheid van haar te nemen, ze gaat helemaal mee tot de Victoria Falls. Onze 'familie' zoals Syma ons altijd noemt als we een campsite binnen rijden: 'Hello family, we are home', heeft een nieuw lid; Ionè alias de TokioBoy. Een jongen uit Japan, die al een tijd in Oklahoma USA woont maar een Brits accent heeft.
 
Bij Gobabis, de laatste stad voor de grens maken we nog een stop om drinken en snacks in te slaan. We moeten van onze Namibische dollars af want die kunnen we nergens meer gebruiken. Alleen Zuid Afrikaanse Rand (nog op voorraad) en Amerikaanse dollars zijn harde munternheden in Afrika. Ik kom bijna goed uit om mijn laatste geld aan een blikje cola en 7-up uit te geven maar hou nog net 2 Namibische dollars over. Buiten staan kleine magere jonge ventjes om geld te bedelen. Ik besluit maar om een jongetje te verblijden met het geld. Kan die ook wat te drinken kopen. Echter op het moment dat ik hem het geld heb gegeven, me bij de andere wachtende bij de truck voeg en het jongetje voor meer komt schoeien, voel ik dat ik niet juist heb gehandeld. Eigenlijk beloon ik zijn bedelen terwijl hij op deze leeftijd en om deze tijd op school had moeten zitten. Toevallig weet ik dat de staat voor alle kinderen tot iniedergeval 12 jaar de school en de bijpassende uniformen betaald. Er is dus weinig excuses om niet te gaan. Kortom, ik als stomme toerist stimuleer dat kind alleen maar nog meer om niet te leren of te werken en bedelend zijn geld bij elkaar sprokkelt. 'Nou, die les hebben we ook weer geleerd.' Chief zegt inderdaad hetzelfde en zegt als ik nog een keer geld aan kinderen geef hij me een 'corrigerende' tik zal geven. Groot gelijk heeft hij. Niet meer doen dus..
 
We gaan verder met de rit van totaal 570 km. Net voor de grens hebben we nog een salade- sandwich lunch en dan rijden we nog 1 kilometer naar de Namibische grens. We laten ons allen weer uitstempelen en geven de vertrek formuleren aan de douane beambte. Iedereen zit al buiten te wachten in de snikhete zon om naar de Botswana-kant te gaan. John is echter nog binnen maar Chief zegt dat we hem later wel oppikken. We stappen de truck in en overbruggen de ene kilometer naar de grens van Botswana. Daar worden we zonder kosten maar met ingevuld formuliertje ingestempeld. Degene die in de  linkerrij stonden krijgen 30 dagen en degene in de rechterrij: 15 dagen. Logica? Is er niet. We hebben allemaal 10 verblijf dagen op het papier ingevuld. Ik vraag aan Julie of ze tegen John had gezegd dat we al bij de andere grenspost zijn? Misschien maakt hij zich ongerust? Ze zegt van niet maar we rijden zo terug. 'Net of we hém kunnen vergeten; degene met de grootse mond die met zijn geschreeuw de jakhalzen tijdens het eten in Etosha heeft weggejaagd.' John is inmiddels zelf het stuk komen lopen en behoorlijk boos dat hij is achter gelaten en niet op de hoogte was gesteld. Begrijpelijk. Als we weer klaar zijn voor vertrek, gaat hij in zijn eentje achter in de truck zitten in plaats van voorin bij zijn vrouw. Bij de volgende plaspauze loop ik naar hem toe en vraag of hij ok is. 'No I am not, leave me alone.' 'Ok', zeg ik en loop door.
 

 
Definitie woestijn:
 
 
1. Grote meestal vlak gebied dat door weinig of geen neerslag vrijwel geen begroeiing heeft. Het woestijnklimaat kent hoge temperaturen overdag en er is geen koud jaargetijde. Toch kan het in de nacht flink afkoelen. Opmerkelijk is vooral de lage luchtvochtigheid van soms maar 0% en de geringe hoeveelheid regen.
 
2. Uitgestrekt extreem droog gebied met weinig of geen oppervlaktewater, waar vegetatie vrijwel of geheel afwezig is. Gemiddelde jaarlijkse neerslag is doorgaans minder dan 50 mm.
 
3. Gebied met zeer geringe regenval, extreme droogte, (WMO droogheidsgraad boven 10),zeer schaarse plantengroei, losse, zanderige, onvruchtbare bodem en zeer lage bevolkingsdichtheid
 
enz enz

 

- Lees verder bij Botswana -

Maak jouw eigen website met JouwWeb